is toegevoegd aan uw favorieten.

Het godsdienstig gemeenschapsleven in het Nederlandsch vrijzinnig protestantisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III

SAMENVATTING EN TOETSING

INLEIDING

Wanneer men de genoemde kenmerken en relaties van het Vrijzinnig Protestantisme als groep overziet, dan blijken zij heen te wijzen naar drie probleemgroepen.

De vragen van het autonomiebeginsel en de aard van de gemeenschapsband in het Vrijzinnig Protestantisme laten zich groepeeren om het probleem van de waarde en de grenzen van het godsdienstig individualisme.

Het verbondenheidsgevoel met het geestesleven der menschheid, de positie t.o.v. kerk, Christendom en historie, de verhouding tot de maatschappij, — al deze punten zrjn te rangschikken rondom de centrale vraag naar de verhouding van universalisme en exclusiviteit in de godsdienstige gemeenschap.

De eigenaardige kwaliteiten ten slotte van het vrijzinnig protestantsche geloofsleven: onmiddellijkheidsgevoel, ondefinieerbaarheid en functioneel karakter van het godsdienstig bezit, het zoeken naar een uitdrukkingsvorm, — deze verschijnselen zijn te herleiden tot de algemeene kwestie van de vorm in het religieus gemeenschapsleven.

In de volgende drie paragrafen wil ik trachten, het behandelde op deze wijze eenigszins te rangschikken en rondom deze drie centra zooveel mogelijk te ordenen. Daarbij wordt het onderzochte materiaal in iedere paragraaf eerst aan enkele algemeene maatstaven getoetst (A); daarna wordt het gelegd naast datgene wat als typeerend voor de tegenwoordige tijd in het onderhavige verband zou kunnen gelden (B); ten laatste wordt een poging gedaan, uit deze toetsingen te concludeeren tot bepaalde wezenstrekken van het Vrijzinnig Protestantisme als groep (C).