is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een kleermakerszaak). Hij bracht van huis uit mee een sterk piëtistischen inslag, veroorzaakt door een geestelijke opvoeding bij de Hernhutters en door den invloed van Johannes E. Groszer, een bekeerd Roomsen-Katholiek geesteüjke, die het hoofd werd van een opwekkingsbeweging in Rusland. Harnack zei later de Hernhutters vaarwel, maar de inwerking van Groszer bleef zijn levenlang merkbaar en uitte zich o.a. in hooge waardeering van elk confessioneel standpunt bij een persoonlijk overtuigd Lutheranisme.

Overtuigd Lutheraan was hij niet van het begin af. Na een aanvankelijke studie te Dorpat, waar toen een conservatieve bijbelsche theologie heerschte, kwam hij te Berlijn onder den invloed van Nitzsch en te Elberfeld onder dien van Krummacher. Hij keerde naar Dorpat terug, verlost van zijn sympathie voor Hernhut en vol liefde voor de „Unirte Kirche" en de in Duitschland opkomende Erlanger en oud-Luthersche theologie.

Op 27 jarigen leeftijd werd hij hoogleeraar, eerst in de practische vakken en later een tijdlang ook in de systematische theologie. Deze arbeid en de dornineerende persoonlijkheid van den leider der faculteit, F. A. Phiuppi, vormden hem tot wat hij ten slotte bleef, een overtuigd orthodox-Lutheraan, die zoowel te Dorpat, als — in een tusschenperiode — te Erlangen, de Luthersche restauratie beleefde en vertegenwoordigde. Hij maakte ongeveer al de schommelingen van den tijd mee en kwam zoo ten slotte, hoewel geen sterke figuur, toch nog tot een leidende positie, als theoloog, als liturg aan de Universiteitskerk, als raadsman in het kerkelijk leven van de Baltische landen. Zoowel tegenover het uitstervende rationalisme als tegenover de vroeger vereerde piëtisten; zoowel tegenover de vrij sterke Grieksch-orthodoxe propaganda als tegenover de opkomende Ritschliaansche theologie; zoowel op den katheder als op den kansel en in de kerkelijke vergaderingen verdedigde hij de belijdenis. De nieuwe agenda in 1898 voor de Baltische kerken stond sterk onder zijn invloed *)•

x) pre.*, art. „Theodosius Harnack'*. rgg.1, id.

A. von Harnack, „Meine Zeitgenossen aus dem achtzehnten Jahrnundert , art. 1929, Aus den Werkstatt des Vollendeten, p. 31 v.v.

Alexander von Oettingen, art. „Theodosius Harnack" in „Allgemeine Deutsche Biografie", 'deel L, p. 8 v.v.