is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeger, toen conflicten over de leer met bestraffing van levensdelicten op één lijn werden gesteld. Wel noemt hi, het een to dat de desbestreffende gemeente niet genoeg gekend wordt, en de eenzijdige samenstelling van het college beviel hem met, maar hi, verdedig het toch tegenover Sohm, die de geheele beslissing in handen van de gemeente wil leggen en ^ van rechf'm d«.kerk niet wil weten. Harnack handhaaft en verdedigt de gedachte, dat de kerk het recht moet hebben hen te verwijderen, die de hoofdzaken van het Evangehe niet meer prediken >). Ook als zich het geval Jatho heeft voorgedaan, voor de behandeling waarvan Harnack volstrekt niet enthusiast was, zegt hij nochtans, dat dit geval mets anders bewijst, dan dat men erg voorzichtig moet zijn *)•

Toen de studenten zijn oordeel over het geval Jatho vroegen, verdedigde hij, tegen veler verwachting in, het SpruchcoUegium. Wef htf Lj Jatho'niet voor deze rechtbank willen hebben, omdat het geval al bestond, vóór de oprichting van dit college, en men een jongen arts niet dadelijk roept bij een moeilijk geval; wel had hij Jatho willen laten begaan, omdat deze blijkbaar met zegen werkte in Zijn gemeente en de laatste door zijn afwijkende ideeën nirf werd lïïwoest; maar toch mag niet geduld worden, dat God wordt gehjk gesteld met de natuurwetten, of dat gezegd wordt: „Jesus hat nicht gelebt"; of: „Ob Er gelebt hat ist uns gleichgultig J. Hierop viel Jatho Harnack aan en er ontstond een briefwisseling ),

11 fWr inrichting en verdere functioneering van het SpruchcoUegium", dat be-

Harnack was secundus-lid als vertegenwoordiger van de Urnvers:

ook onjuist, als in het Bijbelsch Kerkelijk woordenboek, HL 126 gezegd wo ,

H7^£f£t™t^^' ^ Wissenschaft und Leben, *

in Harnack Ehrung 1921. „.„„l Ihre Briefwechsel. Mit

«) Uitgegeven door Martin Rade: Jatho und Harnack. inre cneiw

probeert de geesten te verzoenen.