is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verband met den staat voorloopig en als „Lebens und Geistesmacht .

Ook de meer algemeene vragen van on d e r w ij s en opvoeding gingen, zooals eigenüjk vanzelf spreekt, Harnack bijzonder ter harte. Hij interesseerde zich voor de ontwikkeling van de lagere volksklassen, mits die niet slechts „Zivilisation" is, maar „Bildung" in vollen zin genoemd kan worden. Er zijn wel bezwaren 'aan verbonden, dat overal volksbibhotheken worden ingericht, Fortbüdungsschulen bestaan, Hochschulkursussen worden gehouden, dat arbeiders en vrouwen zich op ontwikkeling toeleggen, maar deze zijn er om overwonnen te worden1).

De bezwaren hggen intusschen niet daar, waar vele tegenstanders ze zien} ze hggen niet in de lijn van de romantici, die, met Rousseau aan het hoofd, gelijk hebben, overal waar ze valsche beschaving bestrijden, maar ongelijk, waar ze terugroepen naar de natuur; want de natuur heeft twee dingen niet, die noodzakelijk zijn: „die geschlossene Persönlichkeit" und „die Güte". Ze liggen ook niet daar, waar vele ernstige Christenen ze zien, die erop wijzen, dat deze dingen zoo betrekkelijke waarde hebben, want aan den eenen kant brengt alle Christen zijn als vanzelf beschaving mee, en anderszijds is ook dan nog ontwikkeling noodig; vandaar dat de ideeën van Tolstoï ook niet ongevaarlijk zijn en eene belemmering voor het beheerschen van de aarde; gelukkig dat zijn boeken meestal oppervlakkig gelezen worden *).

De gevaren liggen veeleer—en velen zijn daarom tegenstander—op het terrein van de „Halbbüdung", die betweterij, verwaandheid en eigenwijsheid meebrengt en die ontevredenheid werkt; in de „Gleichmacherei", die de werkelijke verscheidenheid van het leven niet erkent; in het bijbrengen van kennis die verwart en die losmaakt van oude overgeleverde waarheden, zonder de dingen door en door te kennen 8). Maar daartegenover moet aangedrongen worden op werkelijke

i) DieSittliche und soziale Bedeutung des modernen Büdungsstrebens; rede op bet Ev. soz. Congress 1902. Reden und Aufsatze, II, 77 v.

Ueber wissenschaftliche Erkenntniss; rede voor de „Fortbüdungskursus der BaJuichen lit. Gesellschaft; Riga 1913; Aus Friedens- und Kriegsarbeit, 173 v. Vergelijk ook het gezegde onder „Sociale Arbeid".

*) Reden und Aufsatze, II, 87 v.

*) Reden und Aufsatze II, 96 v.