is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

critischc onderwijs, kan dan gegeven worden in een verloop van vier jaren waarvan het eerste is gewijd aan het Oude Testament, het tweede aan de verkondiging en de geschiedenis van Jezus en de Apostelen met het lezen van stukken uit de Evangeliën; het derde jaar bestede men aan de bespreking van het Katholicisme en het oude Protestantisme — geen kerkgeschiedenis: de leerling hoeft niets te weten, wat heden niet meer is, maar „Kirchenkunde" zou men kunnen zeggen — waarbij het Protestantisme en de eigen kerk slechts te begrijpen is, als men het Katholicisme kent met zijn kracht en zijn zwakheid; de meesten van thans weten er niets van. Het vierde jaar is bestemd voor het verstaan van het wezen des Christendoms en der religie met telkens weer teruggrijpen op Jezus en Paulus en geïllustreerd met het leven van de groote persoonlijkheden; vooral moet men het Christendom laten zien als daad en de practische beteekenis van de kerk toonen. Voor deze dingen is het noodig, dat aan de Universiteit voor het vormen der leeraars gegeven wordt, naast een meer aantrekkelijke Symboliek, een samenvattend college over de oud-testamentische religie ook voor niet-theologen; één over de prediking van Jezus en den apostolischen tijd tegen den achtergrond van de „Zeitgeschichte"; één over het wezen van het Christendom in verband met de stroomingen van den tijd

De beteekenis en de waarde van de Universiteit hield Harnack hoog; geen enkel instituut moet trachten de unieke vormende waarde daarvan na te bootsen of een surrogaat daarvan te vormen. Toen dan ook ter sprake kwam de moeilijkheid, wat te doen met het niet meer bevredigende „Orientalische Serninar" een instituut, waar de menschen werden opgeleid, die in het buitenland allerlei arbeid moesten verrichten en dus buitenlandsche talen en cultuur gingen studeeren, verzette Harnack zich krachtig tegen het plan van een „Auslandhochschule" e.d. *).

') 1D. p. ~)t VV.

«) Ueber die Zukunft des orientalischen Seminar, den Plan emer Auslandhochschule und die Teilung der Berliner phüosophischen Fakultat; Gutachten voor den Minister Dr. Von Trott zu Solz, 9 Nov. 1913; gepubliceerd op wensch van den minister Dr. Schmidt-Ott, 1917; Erforschtes und Erlebtes, 224 v.

Zie voor Harnacks arbeid op dit terrein ook „Thesen- und Verhandlungsbencht" van de Paed. conferentie, op last van den minister 1917, p. 14/5. Harnack nam hieraan deel.