is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

massa geheel. Niet allerlei overheidsmaatregelen beramen en nemen is de bedoeling, maar dat de „Evangelische Kirche" als haar taak versta „ein solches Verstandnis des Evangehums widerherzustellen, dasz es in keinen Sinn als Last, sondern als die Macht der Befreiung und Erlösung empfunden wird" 1).

En ook in de groote rede van 1894 stelt Harnack zich nog op het standpunt, dat de kerk weer te luisteren heeft naar het gebod van de broederliefde en te kijken naar de gesloten broederbonden in den oudsten tijd, wil het Evangehe werkelijk tot zijn recht komen. En daarbij heeft hij het oog vooral hierop, dat naast en behalve de prediking van het Evangehe, de kerk zich meer zal toeleggen op het vormen van gesloten en goed georganiseerde gemeenten, die er vroeger ook geweest zijn en die men sedert de Reformatie steeds zou oprichten, opdat in deze gemeenten de onderhnge samenhoorigheid en principieele gelijkheid tot haar recht komen zou. En daarbij legt bij dus den nadruk op de opheffing van den arbeidersstand, niet alleen materieel, maar ook geestelijk*).

Het jaar 1896 bracht een crisis. Het keizerlijk telegram aan Geheimzat Hinzpeter, waarin hij „christhch-sozial" als onzin kenschetste, was hierbij van invloed, hoewel Harnack en Dellbrück hun best deden de gevolgen biervan te voorkomen *).

Van grooter belang was, dat Stöcker, waarschijnlijk mee door het straks genoemde, de beweging verliet en in de politiek ging, waarmee

») „Der Evangelisch Soaale Kongress zu Berlin** 1890. Reden und Aufsatze II, 327 v. Dit stuk en de onder noot 1, p. 77, laatstgenoemde rede zijn tevens uitgegeven in het werkje van Adolf Harnack en Hans Dellbrück, „Evangelisch Sozial", naar aanleiding van de toen ontstane verwarring. Berlin 1896, p. IV.

«) „Die Ev. Soz. Ausgabe ujs.w.". a.w., p. 23 v.; „Evangel. Sozial", a.w., p. 19 v.

Bij al deze en soortgelijke ontboezemingen komt duidelijk het typische van de Duitsche toestanden uit en tevens hoe weinig oog Harnack had voor de Gereformeerde Reformatie; hier toch was het bijna geboden de veel juistere organisatie van het kerkelijk leven bij de Gereformeerden althans even te noemen. Vergelijk ook wat Harnack zegt over het tekort aan belangstelling van het gewone gemeentelid voor het kerkelijk leven en het niet mee arbeiden der „leeken". Harnack zag scherp de gebreken van de landskerk — hij zag alleen niet de oorzaak ervan. En zijn geheele sociale actie werd door vrees, niet door gehoorzaamheid ingegeven.

*) a.w., „Evangelisch Sozial", 1896.

Zie R.G.G.», de genoemde artikelen, en de inleiding van Dellbrück m het pas genoemde boekje.