is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zijn brein heeft ook verder jaren lang de Kaiser Wilhelm Gesellschaft met zeer groote toewijding en met ieder verbijsterende zaakkundigheid geleid. Niet, dat Harnack de technische details kende of daarmee zich bemoeide — daarvoor had elk instituut zijn Directeur — maar de opperleiding in organisatorisch opzicht berustte bij den senaat, waarvan Harnack tot aan zijn dood voorzitter was, welke functie hij zóó vervulde, dat, in alle mogelijke herinneringsartikelen van vriend of vijand, nergens één zin van critiek staat en schier overal vele mtingen van eerbied over dezen tak van arbeid te

vinden zijn,11.

Het was een toch even betwist punt, dat een theoloog aan het hoofd zou staan van een instituut, dat zoo weinig met de theologie van doen bad. Maar Harnack bad, sinds bij als jong student een paar semesters natuurwetenschappehjke colleges liep, zijn sympathie voor de natuurwetenschap niet meer verloren *); bij bad bovendien een breede belangstelling voor de wetenschap in het algemeen, en — wat het meest zegt, meer nog ook dan zijn kennis van natuurkunde — bij was een organisator van den eersten rang, bij had het bloed van Gustav Ewers in zijn aderen, en bij had inderdaad oog voor het organisch verband der wetenschappen. Harnack was de aangewezen persoon en de minister Schmidt-Ott, een groot vriend van Harnack en van zijn ideeën, zette door. Het heeft de Kaiser Wilhelm Gesellschaft nooit berouwd.

Groote dingen heeft Harnack hier tot stand gebracht. Behalve wat hij in de regelmatige leiding met al wat aan conferenties, aan het geven van overzichten8), aan beraadslagingen, daarmee annex was, deed, heeft hij telkens en telkens weer de regeering aangesproken

Harnack met Schwencke een voorrede schreef, Berlin 1910.

Voor Harnacks toespraak, waarmee hij namens de bibliotheek het boekwerk overreikte, zie E. Schmidt, Jahrhundertfeier der konig. Friedrich-Wilhelms-Umversitat zu Berlin, Berlin 1912. Verder hield Harnack een rede voor de studenten aan het feestmaal, ib. p. 96/7.

i) Krüss, ,,Die Naturwissenschaften", 1926.14-19. Dit was een samenwerking van Staat, Wetenschap en „Wirtschaft".

Lietzmann in Harnackhaus 1930: dit was echte wetenschapshefde.

•) „Die Naturwissenschaften", Juli 1930, spreekt van „ „erstaunhches Verstandnis und Interesse für die Natur".

») De „Mitteilungen" verschenen slechts één keer (1911), maar daarna verschenen sedert 1912 Jahresberichte, die Harnack steeds mee verzorgde.