is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bchartenswaardige opmerkingen hierover en deed zoowel in 1916 als in 1917 een „Denkschrift" aan den Rijkskanselier toekomen, waarin deze dingen op den voorgrond staanx).

En dan is het verbazingwekkend, hoe scherp Harnack de dingen zag, hoe hij voeling met het volk had, hoe hij opmerkte de kentering van den geest en de finale onmogelijkheid om na den oorlog maar weer te beginnen, waar men opgehouden was en den ouden tijd ongestoord voort te zetten. Hij voelde veeleer, dat het moment van den vrede het begin zou zijn van een nieuwen tijd met andere verhoudingen, andere oeconomie, anderen arbeid, andere krachtsinspanning; en dat men er op tijd bij moet zijn van overheidswege om deze dingen te ordenen, of anders ordenen ze zichzelf.

Zoo erkent Harnack, dat het moment gekomen is voor de toekenning van een algemeen, vrij en geheim kiesrecht. Dat hebben de arbeiders door hun trouw, hun opoffering, en in het algemeen de lagere standen door hun meedragen van de verantwoordelijkheid in den oorlog verdiend. Reeds het officierskorps is geheel anders samengesteld dan vroeger *).

Trouwens, daar mag veel hols en onwaarachtigs hggen in de beschuldiging van tyrannie, knechtschap en achterlijkheid in sociale verhoudingen, die de volken van de vrijheid, gelijkheid en broederschap tegen Duitschland uiten, geheel onwaar is het niet; de kastegeest heeft wel in Duitschland, bij alle diepte van cultuur, verhinderd dien omgang op voet van gelijkheid, die eigenhjk de menschehjke samenleving vraagt en zeker de samenleving na den oorlog zal vragen. Ook terwüle van de wereld der vijanden is het noodig radicaal een, andere koers te gaan; ja dit moet zelfs geacht worden een belangrijk middel voor den vrede te zijn, deze innerlijke reorganisatie. De socialisten kunnen daarbij, als radicale reformpartij, worden geaccepteerd, als ze zich blijven gedragen als tot nog toe; al moet natuurlijk het bestuur wel conservatief blijven en in handen van de regeerende groep en partij *).

x) „Ins 3e Kriegsjahr". Zie a.w., 339 v.

„Friedensaufgaben und Friedensarbeit", Denkschrift Sommer 1916, Erforschtes und Erlebtes, 297 v. „Das Gebot der Stunde", Denkschrift Sommer 1917, ib. 298 v. *) ib. 388 v. 299. 8) ib. 300 v.