is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil, het eenig werkelijke goede in de wereld van den mensch ).

Dienovereenkomstig gradeert voor Harnack het object van wetenschap van materie en causaliteit tot „Leben en „Geist . De Satz, die nog het meest op een definitie hjkt en waarmee hij Zijn samenvattende beschcnrwingen over dit onderwerp inleidt, formuleert hij: „Wissemchaft ist die Erkenntms des Wirkhchen zum zweckvollen Handeln" *). ,

Daarbij bhjft het begrip „Erkenntnis" geheel onbesproken en neemt hij dit dus stilzwijgend voor „Wissemchafthche• Etkenntms , zonder dat ons duidehjk wordt, wat het kenmerkend onderscheid tusschen „naïve" en wetenschappelijke kennis is »).

En wat betreft zijn doelstelling, deze handhaaft Harnack slechts aarzelend, althans in theorie en laat haar zoo goed als geheel onge-

definieerd. , .

Zooveel wordt duidehjk, hij wil de wetenschap zien in nauw verband met het leven. Dat heeft hij getoond in zijn arbeid voor den band tusschen natuurwetenschap en het breede leven van staat, gemeenschap en wetenschappelijke instituten. Maar tevens wilde hij daar wetenschappelijk onderzoek verrichten, zonder door het leven al te zeer gebonden te zijn en probeerde hij Von Humboldt te handhaven, die voor het laatste pleitte4).

En wat de geesteswetenschap aangaat, waar deze het „leven zeil als object heeft, staat ze voortdurend daarmee in contact, maar

i) „Daskommende Zeitalter des Geistes und der Geist ^e\^f-^ % Werksütt p. 165 v.; „Bewustsein und Willenskraft transforrmeren sich, sodasz em

nack overgenomen.

') „Ueber wissenschaftliche Erkenntms , a.w.

.Stufen wissenschaftlicher ErkennOns", Aus den Werkstatt, p. «Bj.

p. 56 v.v. «) Zie deel I, p. 90 vv.