is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leer op te bouwen en wel voornamelijk, doordat bij eigenlijk een dualisme leert, het Kantiaansch dualisme, zij het ook in de LotzeRitschlsche nuance, tusschen natuur en geest, orde en norm, natuurnoodwendigheid en vrijheid. Wel schijnt hij een poging te doen, als bij van de philosophie zegt, dat deze als taak heeft „alles Einzelne" nog eens te bezien en nu in samenhang met het geheel, en dat de philosoof heeft te zijn een paedagoog der waarheid; als hij zegt, dat de groote philosofen er wel niet in geslaagd zun een afdoende oplossing te geven, maar dat ze toch in de richting gewezen hebben, waarin de oplossing ligt1).

Maar hij neemt dit aanstonds weer terug, als hij de philosophie beschouwt eigenhjk als een particuliere ondernerning, waarvan men zich ook niets kan aantrekken, als men dat verkiest, en als hij de philosophie toch weer geheel opneemt in de tweede Stufe. Zijn positivistisch wetenschapsbegrip en zijn „Geist"constructie,^waar hij de persoormjkheidsvereering en de „Geistanschauung der Marburgers overneemt, worstelen bier met elkaar zonder tot een harmonie te komen *).

Tot een eenigszins bevredigende indeeling kan Harnack met komen, wijl hij geen samenhang kent. Zonder de eenheid van den kosmos is er geen indeeling. Hij doet er geen poging toe, maar hij zou bij Zijn dualistisch uitgangspunt b.v. de psychologie moeten indeden bij de natuur, en recht, ethiek, theologie etc. moeten i) Aus der Frieden- und Kriegsarbeit, p. 199 v.; Aus der Werkstatt, p. 205; Aus Wissenschaft und Leben, I, p. 4.

Art. „Friedrich Paulsen", Erforschtes und Erlebtes, p. 345 v.

ztvoor Ritschls beschouwingen op dit punt, die aan de philosoplne, altham formeel een grootere plaats mniimde, vooral ten opzichte van de theologie, o.a.: Dr. H. Bavinck, „De Theologie van Albrecht Ritschl", Theologische Stad., 1888,

*Xchl zelf, Rechtf. und Versöhnung, III, 23; Theologie und Metaphysik, 15,

"'Over dit dualisme zie ook Dr. H. Dooyeweerd, De zin der geschiedend en de „leiding Gods" in de historische ontwikkeling, referaat Reünisten organisatie N.DJJJJ, uitgave van deze organisatie, nr. 5, p. 10/12.

a. I. Woltter, Wetenschap en wereldbeschouwing, Almanak V. U. 1906, v.m.

n ti p.; cf. voor het aarzelende van Harnacks positie tegenover de philosoph» de «oote nractische plaats, die hij bij het Universitaire onderwijs aan de philosophie Snt DedTp De philosophie verdraagt een dergelijke behandeling met;£ "weS^ en dan £ ze de wetenschap van de grondvragen; of ze «het met, en dan moet ze in het geheel niet in bet verband worden opgenomen.