is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buiten hem staande normen en de geschiedenis is eigenlijk één groote lofzang van de grootheid, niet van God, maar van den mensch. Hier is werkelijk de ontkerstening van de wetenschap duidehjk en sterk. Zoo citeert hij met groote instemming een woord van Ernst Moritz Arndt: „Eines geht mich an, eines weisz ich, das ich das Meine thue und eher untergehen soll, als mich einer fremden Macht blind ergeben. Die Vorsehung geht mit dem AU der Dinge und mit dem Menschengescblechte ihren ewig dunklen Weg, den ich nimmer verstenen werde; aber auch in meiner Hand ist eine Vorsehung gegeben; wenn ich für das Allgemeine empfinde, handle, strebe, so fühle ich auch in mir, wie klein oder grosz ich sei, eine Kraft, welche das Weltschicksal andern kann. Deswegen musz jeder Mensch die hohe Majestat des eigenen Wülens, das tiefe Gesetz des eigenen Glaubens, verteidigen; er musz sich auflehnen gegen das Unrecht; er musz der Gewalt Gewalt entgegenwerfen; in den Tod musz er gehen für sein Recht der Mitregierung der Welt und der Macht, die allegeheim regiert, die letzte Entscheidung überlassen"

Ik zou dit woord niet citeeren, als Harnack niet zelf het beschouwde als de beste mtdrukking van zijn gedachten hier. Als men er nu het „alsob" van Gods bestaan en werken bijtrekt, dan wordt het bijna omgekeerd en is hier aan het woord een beschouwing, alsof God niet bestond en werkte; dan is Gods voorzienigheid en bestuur in de geschiedenis pro memorie uitgetrokken en door een zelfregeering van den mensch vervangen.

Daarin is de geschiedenis wèl weer met de natuurwetenschap op één hjn gesteld, dat ook deze aan Gods bestuur onttrokken is «).

Daaruit is ook te verklaren, dat Harnack wel een beheerschende idee wil, maar die niet te formuleeren weet; dat hij een ondefinieerbare „Kracht" en „Richtung" het lot van de wereld in handen geeft en dat hij tot den Uebermensch en het toeval de toevlucht neemt, om het niet logisch construeerbare in de geschiedenis te verklaren.

Groot bezwaar is er ook tegen Harnacks eigenhjk object van de historische wetenschap en tegen de plaats van die wetenschap in

l) Aus Friedens- und Kriegsarbeit, p. 196. _ * ,

ij Zelfs Stephan, a.a., ziet beter het nauwe verband tusschen geschiedenis beschouwing en geloof.