is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Harnacks persoonlijke overtuiging, die hij alleen bij z ij n wetenschapsbeschouwing en bij z ij n „theologie" noodig heeft, maar die dan ook alle objectiviteit ontbeert en onverdedigbaar is. Wat hij overhoudt is een rest, een ruïne, die als de levenlooze vrucht van een slecht soort apologie voor den rechterstoel nóch van de wetenschap nóch van het geloof kan bestaan.

De wonderbeschouwing is alleen een vrucht van Harnacks Godsbeschouwing. En bij de laatste heeft Harnack blijkbaar vergeten, dat, als wij wetenschap beoefenen, alsof God bestond, we dan ook niet op wetenschappelijke gronden Gods almacht mogen beperken, maar even zoo goed wetenschappelijke reserves moeten maken, als we het als geloovige doen. Feitelijk onttroont Harnack God, en wijst Hem een plaatsje toe, dat de wetenschap wel vrij laten wil, maar de Almachtige God is met deze plaats niet tevreden. Bij Harnacks conceptie is de religie een arm, al maar meer in de nauwe ruimte van het oncontroleerbare teruggedrongen „Wesen für sich" dat binnenkort „für uns" geen waarde meer heeft1).

Bij alle waardeering, die we moeten hebben voor de verdediging van het eigensoortige der religie en voor de waarschuwing tegen intellectualisme etc., deze Gods- en religiebeschouwing heeft geen enkele werkelijkheidsbasis, maar zweeft in de lucht. Een God, die eigenhjk geen God is, en waarvan we ook niet weten, wie en wat Hij is; een religie, die eenerzijds zeer algemeen is, en behoort tot het hoogere geestesleven van den mensch, aan de andere zijde „übernatürlich" is, en aan de lagere sferen (ook menschen) ontheven; het is alles anthropocentrische religiositeit. Het is principieel verschillend van het Christendom, dat alle zelfverlossing, alle eigenwillige godsdienst en Godsbeschouwing, alle scheiding ook tusschen lager en hooger in den „natuurlijken mensch" en de identificeering van het laatste met den mensch Gods, uitsluit. Dit is humanistische Rehgionsphilosophie, geen Christelijk geloof*).

*) Zie ook Jenkins, a.w., p. 592/3.

") Cremer acht (Oir. Welt, 15, 1043/4) terecht Goethes woord der zelfverlossing (zie boven) in flagranten strijd met Rom. 7 en 8. Dit hangt daarmee samen, dat Harnack geen zonde als zonde tegen God erkent, alleen als dwaling, (cf. Cremer, Wesen, a.w., p. 228, Chr. Welt, 15,1085/6.).