is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij geeft de traditie gelijk op het gebied van chronologie, het raam van de gebeurtenissen, de meerderheid der personen, de kring waarin men de dingen het ontstaan. Scherpe critiek oefent hij op de critiek. Hij zegt: „In den Jahren 30—70 und zwar in Palestina — naher in Jeruzalem — ist eigenthch alles geworden und geschehen, was sich nachher entfaltet hat". En: „Bei der Art, wie ein Kritiker sich auf den anderen verlast, können wir uns glücklich preisen, dass nicht durch irgend eine ZufaU die Scholtensche Hypothese, das 3e Ev. und die A.G. natten versch. Verfasser „in den groszen Linien der Kritik gekommen und zu einen Dogma geworden ist.",, Wenn der Kritik einmal wieder Augenmasz und Geschmack gefunden haben wird." „Sb schnell vergist die Kritik und so parteilsch vertieft sie sich in ihre Hypothesen" x).

Wat het resultaat betreft staat bij vrijwel tusschen de Bauersche en Welhaussensche school aan den eenen kant, en Zahn, Bias, Ramsay aan den anderen kant *).

In scherpe tegenstelling met de Tübingers en hun geestverwanten erkent hij den Paulinischen oorsprong en de vroege dateering van de eerste tien brieven, die door de traditie aan Paulus worden

direkte Fortsetzung versagt geblieben is". Gr. BIStter, a.w., p. 158.

Maar een principieel onderscheid is er niet. Ook de canon is traditie. „In der Zusaramensetzung des neuen Testaments hat dieses Problem (van de traditie) bereits eine gewisse Lösung gefunden; ja, eigentlich sind die Spannungen und Kampfe nach dieser Lösung d.h. nach der Schöpfung des neuen Testaments, samtlich nur noch sekundair. Der Hauptschlacht ist bereits langst zur Gunst der Tradition geschlagen und entschieden, nahmlich eben in der Zusammensetzung des neuen Testaments." Verder gaat het alleen over de tweede traditie. Entstehung des neuen Testaments, pag. 31.

Hij stelt het probleem totaal verkeerd. Harnack ziet niet in, dat er ook een traditie is, die in dienst der Godsopenbaring staat, en dat het aanvaarden der Heilige Schrift geen aanvaarden der traditie is, maar der Openbaring.

Zie over het Nieuwe Testament als Godsopenbaring: Grosheide, Hermeneutiek, a.w., p. 20 v., vooral p. 21; Bavtnoe, Dogmatiek, I, p. 295 v.; Kuyper, Encycl. II, 291 v.; Greydanüs, Schriftgeloof en canoniek, p. 29 v.

>) Lucas der Am, Beitrage N.T., I, p. 1/2, 4, 5, noot, 110.

Harnacx wil b.v. van verschillende bronnen op grond van verschillenden stijl mets weten, (Apostelgeschichte, Beitrage N.T., III, p. 132) en laat zich sceptisch uit over innerlijke gronden voor dateering (Chronologie, passim.) maar houdt zich aan het laatste zelf niet.

a) De orthodoxen zijn bevooroordeeld en maken zich daardoor zwak. Apostelgeschichte, p. 225.

14