is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. DOGMABEGRIP1).

Om Harnack goed te verstaan in wat bij wil en bedoelt, moeten we eerst vaststellen, hoe bij het dogma ziet, daarna hoe het dogma naar zijn gedachte is ontstaan; dan, hoe hij de ontwikkeling daarvan zich denkt en tenslotte hoe hij het dogma dood verklaart.

Het dogma heeft zich niet in Harnacks sympathie mogen verheugen. Van harte hoopt hij, dat het Protestantisme ervan verlost mag zijn *). Ja, hij prijst zelfs de legende, dat zij gewoonlijk de „Eigenart der Rede Jesu" bewaard en niet tot een dogma „herabgezogen" heeft8). Hij wil dan ook zoo radicaal mogehjk ervan verlost worden en noemt de „Dogmengeschichte" het „geeigente Mittel um die Kirche von dem dogmatischen Christentum (d. i. van het Dogma) zu befreien" 4).

Harnack zegt: „Die kirchhchen Dogmen sind die begrifflich formulierten und für eine wissenschafthch-apologetische Behandlung ausgepragten, christhchen Glaubenslehren, welche die Erkenntnis Gottes, der Welt und der durch Christus geschenenen Erlösung umfassen und den objektiven Inhak der Religion darstellen. Sie gelten in den christhchen Kirchen als die in den heiligen Schriften (bez. auch in der Tradition) enthaltenen, das Depositum fidei urnschreibenden Wahrheiten, deren Anerkennung die Vorbedingung der von der Religion in Aussicht gestellten Seligkeit ist"6). En nader zegt hij, dat deze dogmata „.... den Anspruch erheben, nicht nur geglaubt werden zu müssen, sondern auch wissenschaftliche

*) In dit en volgende hoofdstukken zijn bij de bestrijding van Harnack meerdere argumenten, wat den zakelijken inhoud aangaat, ontleend aan de dictaten Dogmageschiedenis van Prof. Dr. V. Hepp, met toestemming van den Hoogleeraar. Daar ik uiteraard deze niet kon citeeren, vermeld ik dezen steun hier met groote erkentelijkheid.

') Lehrbuch, IIL 685, cf. p. 807.

») Reden und Aufsatze, I, p. 322.

«) Dogmengeschichte, p. 6. cf. Krüger, 70. Geb., p. 15, 16. 6) Lehrbuch, I, 3. cf. Dogmengeschichte, p. 2. Hier is ingevoegd „unter sich zusammenhangende", wat natuurhjk juist is en in den zin geen verandering brengt.