is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minder gewaardeerde eigenschap aan het verachte dogma doet toekennen1).

En ook is het dogma niet wetenschappelijk, pretendeert het met te zijn wetenschappeüjke kennis der religie, behoeft het ook niet steeds „mit den Mitteln der Wissenschaft" tot stand te komen, al is dit mogelijk en dikwijls ook gewenscht8). Met deze „Wissenschaft" is natuurlijk de theologische bedoeld, dus volgens Harnack ook nog een schijn-wetenschap, waar de theologie alleen als historisch onderzoek dit epitheton „wetenschappehjk" kan dragen. Hij zegt dan ook, dat de theologie het dogma „erzeugt", al heeft hij er gelukkig in zijn laatsten druk aan toegevoegd, „aüerdings einer Theologie, die dem Glauben der Zeit in der Regel entsprochen hat" »). Later moet dan noodzakelijk het dogma voorgesteld worden als basis van de theologie, immers als „der geoffenbarte Glaube selbst". En zoo moet „der Weg verdunkelt werden, der zu ïhm geführt hat" en moeten de theologen „nahezu ohne Ausnahme der Verurteihng durch das Dogma" zich laten welgevallen *). Hij noemt dan als voorbeelden voor het laatste de Apologeten, Origenes, Augustinus, Melanchton en Schleiermacher. Deze greep nu is al zeer ongelukkig, voor wat Harnack wil. Want Origenes is in werkelijkheid geen bouwer van het dogma, Augustinus is het naar Harnacks eigen voorstelling maar half, en de Protestanten hebben immers za.

« Dat Harnacks afkeer van de apologie alleen theoretisch is, blijkt voldoende uit het geciteerde over zijn „Wesen des Christentums'', dl. Lp. */^^7^£ getischen aard van het apostolicum, zie Harnacks eigen uitspraak PRE I 7a5, Reden und Aufsate I 240, dat dit was een behjdenisformulier, geen resultaat van den theo-

logischen strijd. m . . .

«) Ook de parallel met philosophenscholen (Lehrbuch, L p. 18) is onjuist.

Menschelijke kennis en Goddelijke openbaring zijn juist zeer scherp te onderscheiden. De openbaring van de philosophen is ieö principieel anders dan die van het christendom.

») Lehrbuch I, 12. Dat „entsprechen" is dan ook slechts tot op zekere hoogte. Harnack houdt in het algemeen de theologie voor een slechte „Gewahrsmann van het geloof, dat zij tracht weer te geven. De theologie maakt altijd van vreemde elementen gebruik, hier b.v. van Plato, Aristoteles, de Stoa, en is apologetisch geïnteresseerd. Lehrbuch, IL 530, (art. Islam).

«) Lehrbuch L p. 12/13. Zie Chronologie de passage over het verloochenen der Patres in de inleiding; Dogmengeschichte, p. 5. In het gunstigste geval is het „Reproduktion". Uranus dient zelfs als voorbeeld, Lehrbuch, II, 27/8, 29 noot. Vooral in de 4e—6e eeuw was dit het geval. ....

cf. ook over het altijd conservatieve dogma, Lehrbuch, II, 19/20, Dogmengeschichte

p. 177.