is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienst des Heeren ter sprake komen. En vergeet daarbij, dat als van God alle kennis, alle gezag en alle bevel (dogma) afkomt, Hij toch zeker den meest zuiveren vorm daarvan aan Zijn kerk zal toestaan, die het meest op aarde Zijn beeld te weerspiegelen heeft. In de kerk in de eerste plaats is alle anarchie, alle autonomie en alle kennislooze subjectiviteit verboden krachtens haar aard en wezen x).

Hier en elders blijkt, hoe Harnack aarzelt inzake de verhouding tusschen behjdenis en dogma. De eerste wil hij wel, het laatste niet. Hij probeert een kloof, een tegenstelling te scheppen, en een behjdenis vast te houden, zeer beknopt, met als inhoud Harnacks gedachten, maar vaag, zeer wi^valhg, maar die dan geen dogma mag heeten a).

Dit nu is een fout. Er is tusschen beide geen tegenstelling, maar de behjdenis der kerk is het dogma. Mag ook in den naam behjdenis meer uitgedrukt zijn het uitzeggen van de kerk van wat in haar leeft, het resultaat van haar geloofsleven, het subjectieve (van de kerk, niet van den enkeling spreken we) dus ook het menschelijk feilbare; en mag in den naam dogma naar geworden spraakgebruik meer hggen het objectieve, gezaghebbende, het aan Gods openbaring ontleende, meer wat van buiten tot de kerk komt, beide zijn toch één. Een behjdenis heeft haar oorsprong steeds in de verkondiging van Gods Woord en het daardoor gewerkte geloof; het dogma is ook altijd tevens behjdenis, tevens door menschen geformuleerd, en mitsdien feilbaar, met relatief gezag bekleed. Een belijdenis, die niet tevens dogma is en wil zijn, is een subjectieve meening, van alle objectieve waarde ontbloot. En een dogma, dat niet belijdt, is een dorre formule, die dan ook geen dogma heeten mag3).

Harnacks dwaling hier hangt samen ook met zijn kerkbegrip. Zie ook daar. cf. Hepps definitie: „Dogma is de geloovige reflexie over de Heilige Schrift openbaring, door de kerk geformuleerd, en met gezag voorgedragen om te gelooven," a.w.,

P cf. ook GEEsrsr, a.w., p. 9 en 10 over het relatief gezag, rustend op de overeenstemming met Gods woord.

«) cf Lehrbuch I, p. 24/5. Zie ook deel I van dit werk, de paragraphen over Apostolikumstreit en lathoberoering. RiTsan. sprak ook reeds van Glaubensartikel und LehrartikeL. Rechtf. III, 311.

«) cf. Bavinck, I, p. 8, 12 v.

16