is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dogma te doen is. Maar dit, de ontkenning van het dogma, is een eigen „dogma" en in de verste verte geen vrucht van onbevooroordeeld historisch onderzoek % Hij zegt wel, dat hij geen „Tatsachen aufheben" wil•); maar als hij voor een „Tatsache" komt te staan, die hij niet verwerken kan bij zijn dogmabegrip, dan probeert hij wel deze op te heffen; b.v. de Godheid van Christus, en de opstanding en de hemelvaart.

Vanuit deze probleernstelling moeten we aanmerking maken op Harnacks voorstelling zoowel van de geboorte als,van den dood van het dogma. Beide vloeien inderdaad uit zijn definitie voort. En de beschouwing over beide wijst ook erop, dat Harnack van zijn positie geen berouw gekregen heeft.

In het algemeen zij nog opgemerkt, dat Harnacks opzet, n.1. het dogma los te maken zoowel van het Evangehe, als van het herleefde Protestantisme, alleen een schijn van succes kan hebben bij een opvatting van het Evangehe, zooals hij die heeft, bij een beschouwing van het moderne Protestantisme als den erfgenaam van de Luthersche reformatie en bij een dogmabegrip als hij gegeven heeft. Indien mocht blijken, dat een of meer van deze beschouwingen onjuist zouden zijn — van twee is het m. i. reeds aangetoond en de derde wacht nog — dan zou daarmee Harnacks conceptie in wezen gevallen zijn.

Harnack heeft de autoriteit uit de rehgie willen wegdoen, of bever: de autoriteit, die hem niet convenieert, die van de openbaring Gods met de daarop gebouwde instanties; het is hem bij geen van allen mogen gelukken dit op wetenschappelijke wijze te doen. Hij heeft enkel zijn „geloof" tegenover het christelijke geloof gesteld, zijn wereldbeschouwing tegenover de bijbelsche, zijn vooroordeel, gegrond op Neo-Kantiaansche wetenschap en religie-beschcAiwing tegenover het theocentrisch standpunt, dat de Godsopenbaring in den „ganzen" Christus volkomen aanvaardt en zich niet de rechter, maar de leerlingen de verloste dienstknecht van Christus weet. De bestrijding van canon en kerk en dogma is niet wetenschappelijk, maar subjectief-dogmatistisch gefundeerd.

i) Jenkins, a.w., p. 389-90, 400. «) Lehrbuch, L p. 24/5.