is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het specifiek Rcomsch-Katholieke zou uitkomen, maar is zuiver katholiek in den zin van algemeen christehjk. Eén Protestant mag zich zoo maar niet laten in de schoenen schuiven, dat hij in het aanvaarden van deze dogmata niet anders zou doen dan Rooms chKatholieke resten bewaren, zooals Harnack wil. Harnack schrijft de geschiedenis van een gehypostaseerde idee, die hij zelf in het leven roept en zelf laat sterven. Hij heeft het dogma verengd, „weil er nur dem altkathohschen Dogma den Vollkarakter einer Institution im Sinn seiner Grundsatze zuerkannte" 1).

We moeten dan echter verder opereeren met het dogmabegrip, zooals het door de geschiedenis van woord en begrip beide gerechtvaardigd en geboden is. En dan is feitelijk elk van de drie uitgangen van het dogma een Harnacksche hypothese.

Om met de Grieksch-Kathoheke kerk te beginnen, daarvan zegt Harnack, dat zij op den trap van het eerste dogma is blijven staan en dat dit toch ook eigenhjk achter de cultusmysteriën is teruggetreden *). Nu is het inderdaad juist, dat de Oostersche kerk in vele opzichten de kerk van de rust en van de mysteriën geworden is en dat het dogma als levend getuigenis van geloof wel zeer sterk naar achteren gedrongen is. Maar daarom is het nog niet dood. Dat de dogmata van de derde en vierde eeuw de dogmata xax' è£oxfr gebleven zijn van de Oostersche kerk, is toch geen bewijs van het sterven van het dogma daar! Want dat zijn ze voor de geheele kerk. Juist naar Harnacks formuleering zou men moeten zeggen, dat het pas goed vast hgt en-goed werkt; daarbij hoeft er immers geen sprake te zijn van levend geloof, dat in het dogma spreekt! En het anti-Roomsche dogma is toch ook een dogma en nog steeds sterk genoeg om alle lokken van den Roomschen vogelaar te weerstaan *).

Omtrent de Roomsch-Kathoheke kerk is Harnack van gedachte, dat het dogma hier tot op den nieuwen tijd in ontwikkeling begrepen was en tot 1870 de Dogmageschiedenis daar moet worden voortgezet.

x) Lietzmann, a.w., p. 6.

*) Lehrbuch, I, p. 8, 21. Dogmengeschichte, p. 3; volgens Harnack „erklart" de Grieksch-Katholieke kerk, dat het dogma „vollendet eet". *) cf. Bavinck, I, 124 v.