is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoowel door de manier waarop Jezus zijn hoorders aan zichzelven bond, als door de Joodsche Messiasverwachting, die een lijdenden en stervenden Messias niet geheel uitsloot (zie Jesaja 53, en getuige het geloof van „manche", dat Johannes de Dooper opgestaan was van de dooden); zoowel door de prediking van Paulus, die vee dichter bij de eerste Joden-Christenen stond dan men wel wü aannemen, als door de Grieksche voorstellingen van een mensch geworden Godszoon; dit met dien verstande dat de allereerste generatie, b.v. Marcus, reeds den dood en de opstanding van Christus tot „das Evangehum" in het Evangehe hebben gemaakt, en dat het latere Evangehe reeds vanaf Paschen dateert l1)

Daarbij is echter de inhoud van dit tweede Evangehe en de belijdenis van hèt oudste Christendom niet gehjk aan het latere dogma. Harnack bestrijdt, dat de eerste Christenen Jezus reeds zouden hebben gehouden voor eenswezens met den Vader en dat ze reeds met Vader, Zoon en Geest zakelijk hetzelfde zouden hebben bedoeld als later in de leerstukken van Triniteit en twee-naturenleer werd uitgedrukt *). Hij ziet blijkbaar een essentieel verschil tusschen wat Harnack weergeeft als „Vater über alles, der Sohn als die Offenbarer und Erlöser, der Geist als Besitz" „als Prinzip des neuen im Leben und der Heihgkeit" en de latere geformuleerde behjdenis van Vader, Zoon en Geest als zijnde de ééne God, onderscheiden in drie Personen8).

Deze voorstelling nu van het ontstaan van het „tweede Evangehe" is o. a. door Wobbermin aan een scherpe en juiste critiek onderworpen *). Hij vraagt hoe ter wereld Paulus nu op deze voorstelling invloed kan hebben gehad, als ze reeds bij de oudste Christenen

i) Aus Wissenschaft und Leben, IL P- 216 v., 218 v., zie boven, p. 211 v.

LaVS^St dS dtfLenntnis in seinen «nfachen Urgestalt vor diesen Einflusz" (die der Gr. philosophie). Aus der Friedens- und Kriegsarbeit, p. 3.

rf. ooï Entsteh. chr. Theologie, u*w, p. 9, dat in diesen Sinn das Bekenntnis zur Gottheit Christi so alt wie die Verkündigung selbst" is; zie echter ook p. 10 v.

cX^g zegde in Beginnings of Christianity, a.w., p. 400, over Mattheüs en Lucas Without doubt they took it (de naam Zoon van God) to express a unique relation between God and Jezus, who was supernaturally conceived ....

*) Lehrbuch, Lp.90,92 v.

«) Syst, Theologie, iii, p. 32 v.