is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Harnack reeds vrij vroeg van grooten omvang te ajn geweest en tracht die te schematiseeren naar bepaalde perioden*).

Deze gemeenten leefden in de stellige verwachting van Christus spoedige wederkomst, voelden zich in tegenstelling met Joden en heidenen het nieuwe Volk, „das dritte Geslecht" en legden grooten nadruk op een heilig leven, gaven een belangrijke plaats aan offer en gaven (waarmee ze de latere offertheorie voorbereidden; sic!) en hadden den Heiligen Geest als een onvervreemdbaar beat«).

Daar rijn bepaald mooie en bewonderenswaardige passages m Harnacks werken *) over het leven en de idealen der kerk van dezen tijd, passages, die ervan getuigen, dat Harnack het leven der vroomheid weet te schatten en hoog wil houden.

Een gemeenschappelijk geloof hadden deze Christenen, hoewel er een vrij losse samenhang tusschen de deelen daarvan bestond ).

De instanties, waarop men rijn geloof grondde, waren: het christehjk geïnterpreteerde Oude Testament, de „Herrnworte en de autoriteit der Apostelen *).

'^presbyters v«l Harnack uitschakelen uit de eigenlijke ambten, cf. Mission p. 460 v. zijn^Sing van Theodorus van Mopsuesta, die het anders meedeelt. Deze polemtek maakt een zeer zwakken indruk} cf. verder Entst. p. 46 v. *) Mission II.

»1 DG I, 170 v. Mission 259 e. a. p. (Zie ook boven).

» Vooral Mission; zweites Buch, p. 111 v., 149 v. Zie ook Enstehung der Theologie etc p. 29: „Am Anfange des 2en Jahrh. steht die Kirdie,«e die ap. Vater zetgen ... doch in bewunderungenwürdiger, innerer Grösze und sitthcher Kraft vor uns ... . in Wahrheit ein Hütte Gottes bei den Menschen .

Wed.» Lehrbuch I, 173, waar het zedelijk leven een erfstuk is van Joden en Grieken en dus niet oorspronkelijk. Dit nu is niet geheel^onjuist, » tische trek bij de Vaders inderdaad op Stoïsche invloeden wijst; cf. Bavinck III, 19, ^pphenr L 179. Maar zóó is het eenzijdig.

c" elk de passages over den strijd met de buitenwereld, Mission 282 v, e*.p.

«) Lehrbuch L 173 v.

VUk££ fa'hier, waarop ook Seeberg L 198 v., wij* dat het wordende Nieuwe Testament als geloofsinstantie niet wordt genoemd; Zie hierover later.

Door deze instanties kende de kerk „vom Anfang an" „ihre I^riTdrng- „Unfehlharkeit" toe. Entst. theol. p. 20. . j T .

Harnack ziet hierin den grooten overgang, dat men op instanties zich benep.Lehr-