is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Harnack rekent Marcion niet tot de Gnostici; dit in tegenstelling Let Justinus b.v. en met de kerkvaders in het algemeen. „Marcion fcerperam gnosticus vocatur"*). Wel is er een hjn, die over de Gnostici naar Marcion loopt n.1. die van de „Eindeutigkeit" tegenover de „Vieldeutigkeit" van het Christendom in die dagen *), en ook die van den „unbekannten Gott" waarin men Mardons Godsjjbegrip echter niet mag laten opgaan *).

Maar veeleer wil Harnack Marcion van Paulus en Johannes blaten uitgaan, „durch Steigerung" en zijn eigenlijk uitgangspunt laten vinden in de Paulinische tegenstelling van „Gesetz und Evangehum", „überwollender Strafgerechtigkeit einerseits und barmherziger Liebe andererseits" *).

I Paulus had ook reeds Christus geïsoleerd, maar het Christendom had zich van Paulus verwijderd en ook de apostel zou scherpe Itritiek hebben geoefend, indien hij den toestand zoo gevonden had als Marcion dien vond5).

Marcion maakte nu de Paulinische tegenstelling absoluut en Laste die ook toe op het gebied van „Sein und Geschehen". God

Rhodon und Apelles (Haocc op zijn 70en verjaardag), 1916, p.39v., Z.W.Th., 19,80v.

Hat Marcion Christus den inneren Menschen genannt? (Seeberg op zijn 70en verjaardag), Leipzig 1929, p. 209 v.

S.B.A., 1928, p. 322. i Die alteste Kircheneinschrift (Op een Marcionitische kerk; bewijs van groote verbreidheid), 1915. Aus der Friedens- und Kriegsarbeit, p. 21 v.

cf. over Harnacks Marcion o.a. Otto Eisfeldt in 70e Geb., p. 29 v., die het een „Bekenntnis" en een „Programschrift" noemt,

*) Dissertatie Stelling 5. Dogmengeschichte, 77. Lehrbuch, L 293 v., Marcion, p.4.

') Marcion, p. 13, 17. Deze hjn is ook de hjn van Paulus.

•) Marcion, p. 3 v. Verder erkent Harnack de (niet groote) afhankelijkheid van Cerdo; Marcion, p. 26; Chron. I, 297 v.

«) Marcion, p. IV, 28. Waar is deze tegenstelling bij Paulus?

Vergelijk Harnacks misverstaan van Paulus in dezen Satz „Paulus hat die Geltung des alttestamentischen Gesetzes und d a m i t das alte Testament als eindeutige Unterlage der Religion.... auszer Kraft gesetzt."; vergelijk hiervoor boven.

Ook vooral ontboezemingen van Marcion over Christus en het Evangelie als: O Wunder über Wunder, Verzückung, Macht und Staunen, dasz man gar nichts über das Evangehum sagen noch über dasselbe denken noch es irgendetwas vergleichen kann," waren Harnack, die het denken in de religie verwerpt, sympathiek, cf. hier ook Eisfeldt, a.w., p. 30; cf. Marcion, p. 260 en de verzuchting van Harnack, p. 265, „dasz im Chor der Gottsuchenden sich auch heute wieder Marcioniten fanden."

») Marcion, p. 232 v.