is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„We know, that the canonisation of books, in and for itself, obscure their origine and true meaning''1). Hij acht dan ook deze canonisatie niet minder dan een ramp en voerde met Zahn een bitteren strijd over den tijd en den omvang daarvan, een strijd, waarin aan beide zijden scherpe woorden vielen *).

Harnack gelooft er niet aan, dat deze canonisatie op een met het Evangehe harmonieerende manier tot stand kwam. „Innerkirchliche" behoeften hebben met den strijd tegen Gnosis, Marcion en Montanisten tegen 200 den canon gevormd. Hoewel bij toen nog lang niet compleet en overal gehjk was, noch in alle provinciën erkend *).

Harnack wü duidehjk maken, dat de canongeschiedenis een deel der Dogmageschiedenis is en dat, in algeheele overeenstemming met Harnacks opvatting van de hoofdhjn, het dogma van den Nieuw Testamentischen canon niet de ontwikkeling en ontvouwing van het oorspronkelijk vertrouwen op de woorden des Heeren is *). Daar hij hierbij in hoofdzaak deze periode behandelt, bespreken we dit bier5).

Harnack wü aantoonen „wie umfassend und deuthch sich in dem leitenden Prinzip in der Schöpfung und in der Zusammensetsung des neuen Testaments die alteste Kirchengeschichte zum Ausdruck gebracht hat und wie gewaltig einschneidend einerseits, wie verschieden ja kontrar andererseits die Folgen der Entstehung waren" «).

Hij stelt dan allereerst de vraag: Hoe kwam men ertoe om

x) Reden und Aufsatze, II, p. 222.

*) Zie vooral „Das neue Testament um das Jahr 200", a.w.

3) Lietzmann, a.w., p. 7; „Das neue Testament", passim.

4) Lehrbuch, I, p. 18/19.

6) Het ligt natuurlijk niet in de bedoeling om hier breed in te gaan op allerlei detailkwesties uit de chronologie en uit den vinnigen strijd met Zahn, b.v. Deze strijd, waarbij Zahn wel eens al te gewrongen redeneerde om een geschrift of een te constateeren gebruik van Nieuw-Testamentische geschriften oud te kunnen verklaren, werd van Harnacks kant aangegrepen om in Zahn het orthodoxe standpunt zooveel mogelijk afbreuk te doen; cf. voor de vinnigheid enkele hteratuurhistorische werkjes, b.v. het geschrift over „Theofilus Ev. harmonie T.U., I, 4, 1883" en vooral „Das neue Testament um das Jahr 200", een bestrijding van Zahn's Gesch. des N.T. Kanon, deel I, 1889.

«) cf. Bavinck, I, 300.

•) Entstehung des neuen Testaments etc, p. 1.