is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou zijn de Apologeten alleen te beoordeelen naar hun apologieën1). Maar hij gaat toch in deze hjn door.

Dat het Christendom phüosophie is, hebben de Apologeten niet gezegd; wel dat het ook philosophie is. Toch zegt Harnack, dat zij „fast spielend", „das Christentum als die vollkommene und gewisze, weü geoffenbarte Philosophie, als die höchste wissenschaftliche Erkenntnis Gottes und der Welt" hebben voorgesteld*). Waarbij ze de geheele populaire phüosophie verwerkten en overnamen, vooral de midden-Stoa *). Het Christendom der Apologeten onderscheidde zich hiervan slechts door een levend, warm en „erfürchtiges gefasstes Gottesbegriff" *).

Vandaar, dat Harnack de verhouding tusschen de Gnostici en de Apologeten op een eigenaardige wijze omschrijft. Hij stelt hen tegenover de Gnostici in hun handhaven van het Oude Testament, het kerygma, de vrijheid en verantwoordelijkheid, het probleem van het kwaad en de verwerping van het polytheïsme5).

Maar verder ziet hij tusschen beide de tegenstelling platonischreligieus en stoïsch-rationalistisch. Dit wordt wel gecorrigeerd door ook platonische elementen bij de Apologeten aan te nemen, maar dan blijft het toch platonisch-stoïsche phüosophie en moralistische religie, en noemt hij Justinus en Valentinus gehjkehjk christelijk phüosoof «). En verder zegt hij, dat in het pogen een wetenschappelijke theologie te geven zelf reeds een capituleeren voor de Gnostici gegeven is7).

Harnack geeft de omschrijving in „Die Stufe, welche das Christentum in den Apologeten erreicht hat, ist charakterisirt durch die Verbindung der Predigt mit den im Begriffe koyóc. und vo/ióc sich aussprechenden stoischen Rationalismus" *).

>) cf. Athenagoras Lehrbuch L p. 513 v. Justinus bevat meer dan hij in systeem brengen kan. Entst Chr. Theologie, p. 72. *) Lehrbuch L 344. 3) Ent. Chr. Theologie, p. 65 v. *) ib. p. 67.

6) Dogmengeschichte, 114. Ent, Chr. Theologie, p. 67; dus is het Gnosticisme nu polytheïstisch; hoe is het dan christehjk?

•) Dogmengeschichte, 114 v.; Lehrbuch I, 500 v., 502 v.; collega's van de Gnostici noemt hij hen. Zie ook Entstehung der Chr. Theologie 66.

») Lehrbuch I, 432.

•) Lehrbuch I, 525.