is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. De Alexandrijnen1).

Harnack brengt Tertullianus en Irenaeus zoo dicht mogelijk bijide Grieksche philosophie en de Alexandrijnen zou nauw mogehjk in contact met het oude Christendom; hij ziet tusschen deze twee gelijktijdige groepen niet een principieel, maar slechts een gradueel verschü. Dit ligt in zijn gedachtengang, want Origenes is hem de bouwmeester van het dogma, en Harnack erkent later, dat toch eigenhjk de begrippen en de gedachten van Tertullianus en Irenaeus bij de vorming van het dogma sterk hebben meegesproken. In werkelijkheid echter is er tusschen de twee genoemde theologenparen «en zeer groot verschü. Terwijl de Alexandrijnen opzettelijk de Grieksche philosophie in bond brachten met de christelijke theologie en een vereeniging daarvan bedoelden, hebben de anderen zich juist beijverd om de christehjke waarheid vrij te houden van de philosophie, al is dit Irenaeus niet geheel en Tertullianus maar zeer ten deele gelukt *).

Het gezegde ten opzichte van de Alexandrijnen wü Harnack ook wel grootendeels toestemmen. Hij is er niet afkeerig van deze mannen voor te stellen als halve Platonisten of meer dan dat; maar dit is dan bedoeld om aan te toonen, dat Christendom en Hellenisme dicht bij elkaar stonden.

Hij schildert dan ook Clemens, als iemand, die een poging doet om deze fusie tot stand te brengen op een tamelijk vrij van de kerkelijke traditie staande manier. Hij heeft het Grieksche ideaal van een volkomen mensch verbonden met het kerkelijk Christendom (dat was dan ook naar Harnacks conceptie geen wondertoerl) *). „Es ist also nach Form und Inhalt hier die wissenschafthche, christhche Rehgionslehre gefunden, welche dem Glauben nicht widerspricht,

l) Zie ook de breede bespreking in Chron. II.

•) cf. voor de tegenstelling Bavincx, Chr. Wetenschap, p. IS zie ook boven. Waarbij niet mag worden vergeten, dat de Alexandrijnen zich nog altijd wilden stellen op den bodem der Schrift en tegenstanders van de gnostici waren; hun gnosis b edoelde te zijn een op het Woord van God gebaseerde gnosis, al waren ze te syncretistisch om dit vol te houden, cf. over beider anthropologie, Seeberg I, p. 397 v.

Maar zie tevens de geheel verschillende teekening van beide groepen in Seeberg, I, 391 v. passim, en 485 v. passim.

3) Lehrbuch, L 643.