is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Gehrimlehre")l) een „Regressus" wenscht, en dan natuurlijk een „Regressus" tot Harnacks Christus. Deze legt geen moeilijkheden aan het dogmatisch denken in den weg. Maar deze legt moeilijkheden in den weg aan het geloof, zoolang dat geloof nog probeert iets van de bovennatuurlijke beteekenis en waarde van Christus te handhaven.

En verder, het is onzuiver, want de geheele vierde eeuw heeft met het probleem geworsteld. Men heeft juist getracht, om beide, zoowel de eenheid als de drie-pereoonlijkheid Gods te handhaven, en om beide, zoowel de Godheid als de menschheid van Christus, te belijden. Men heeft dus niet om derwille van de moeihjkheden een „Progressus" gemaakt; maar men is begonnen, reeds lang, met een poging om het schriftuurlijk geloof te formuleeren. Daardoor wordt het Monotheisme niet „gespalten", en het Christendom niet „verastelt"; alleen Harnacks Mohammedaansch Monotheisme en Harnacks humanistisch Christendom rijn hiermee niet te combineeren. En deze dingen zijn juist als denkproduct onmogelijk, maar vrucht van het geloof *). Bovendien, alles hangt er van af, of deze Logos-christologie en de antignostische Vaders een Logosbegrip hebben geformuleerd, dat Grieksch was en niet op Schrift gegrond. Daarbij kan Harnack rijn vroegere schriding tusschen de Synoptici en „Johannes" niet gebruiken, want ook bij de juistheid hiervan behoorde „Johannes" tot de oudste generatie. En nu verschilt de logos van deze periode niet wezenlijk van die van het Johannesevangehe. Hij was ook in dezen tijd niet een Grieksch-philosophische gedachte, maar een rehgieus-christelijke openbaringserkenning. En deze is niet als kosmologisch van de soteriologische van Johannes te onderscheiden, maar daarmee één*). Indien Johannes inderdaad

») lehrbuch, I, 69. *) Zie ook hoofdstuk 4.

Van Methodius b.v. toont Seeberg al heel duidehjk aan, als hij de menschheid van Christus vasthield, I, 593 v., 633 v. _

») cf. voor het kosmologische ook bij „Johannes", Seeberg, Festgabe, p. 264 v., die ook terecht bezwaar maakt tegen de scheiding tusschen proloog en Evangehe; p.263.

cf. Johann Weiss, R.G.G.1, Christologie, I, 3, „Da wir die Logochristologie bereits bei Paulus gefunden haben, kann uns die nachpaulinische Lehre nicht viel neues mehr sagen ..." Dit » tevens van toepassing tegen Harnacks: Paulus heeft weinig invloed gehad.