is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestrijders als Celsus en anderen ook scherp tegenover het Christendom riet staan, vooral als verdedigers van den staat1).

Maar de parallelie is voor hem het sterkst *).

Men vraagt rich af, of we nog wel kunnen spreken van een overwinning van het Christendom over het heidendom. En hoe ter wereld die overwinning van zulk een zwak* Christendom als Harnack geteekend heeft, over een zoo rijke wereld tot stand kon komen.

Harnack beantwoordt de eerste vraag toestemmend *), en noemt als oorzaken van de overwirming:

1. Het erfgenaam rijn en tegelijk de tegenstelling van het Jodendom, waarbij het Christendom den proseliet meer rechten gaf4).

2. De prediking van het wereldeinde, waarbij vrijwel ieder een prediker was *).

3. De eenheid van tegendeelen: geschiedenis èn „Vernunftreligion", Monotheisme èn toch een tweede en derde persoon, Geest Gods èn in Christus Jezus geopenbaard, wereldreligie èn het Romeinsche rijk erkend, pessimisme èn Gods leiding in de wereldgeschiedenis, universeele moraal èn zondevergeving4).

4. Het opvangen van alles wat goed was: opheffing en afsluiting van de rehgions-phüosophische ontwikkeling; overname van

kende uitspraken? . ,

En — is het een gewoon verschijnsel, dat een afvallige de hoofdlijn vasthoudt en de kern gehjk blijft zien en dus om bijkomstige dingen met zijn gemeenschap breekt? In die dagen? En is een afvallige te nemen als symptoom van verwantschap? i) Mission, 514 v.

•) Lehrbuch, L 152,2. . .

») Het zuivere Christendom heeft dan ook niet overwonnen, maar het onzuivere; Helsingfors, p. 24. Het beste wint het niet steeds in de menschenwereld; er is ook ruw materiaal noodig. Vooral de „Konsumptionskraft, Assimüationskraft, Pioduktionskraft und Organisationskraft" van het Christendom hebben het gedaan; Entrteh. chr. Theologie, p. 18/9; Wesen, p. 122 v.

Over die assimilatie, die Harnack ernstig neemt, heeft hij veel geschreven; zoo over den doop, die aan de mysteriezucht tegemoet kwam. Mission, 339 v., etc. etc

4) Mission, p. 1 v. . „ ' .. ,

Was gab der chr. Religion bei ihrem Auftreten das Uebergewicht uber die anderen Rehgionen" (Frei und Gewisz im Glauben", Berlin, 1912, pl. 15 v., geciteerd als „Frei und Gewiss"; hier p. 16.

•) Frei und Gewiss, p. 16, 17.

«) Frei und Gewiss, p. 17 v.