is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staande veronderstellingen maar een leer van de engelenaanbidding op te nemen, waarbij bij zelf moet erkennen, dat deze zeer controvers was1).

Inzake de anthropologie heeft Harnack de ontwijfelbare waarheid, dat de vaders van de vierde eeuw, dus vóór Augustinus, de beteekenis van de erfzonde en van de zonde in het algemeen niet tot haar recht deden komen, scherp naar voren gebracht. Hij komt tot de omschrijving: „Der nach dem Ebenbilde Gottes geschaffene Mensch ist ein freies, sich selbst bestimmendes Wesen. Er ist von Gott mit Vernunft begabt worden, um sich für das Gute zu entscheiden und unsterbliches Leben zu geniessen. Diese Bestimmung hat er, indem er sich der Sünde, verführt aber frtivnllig, hingegeben hat und noch immer hingibt, verfehlt, ohne jedoch die Möghchkeit und Kraft eines tugendhaften Lebens und die Fahigkeit zur Unsterblichkeit eingebüsst zu haben. Durch die christhche Offenbarung, welche dem verdunkelten Vernunft durch volle Gotteserkenntnis zu Hülfe kommt ist jene Möghchkeit gekraftigt und die Unsterbhchkeit widerhergesteht und angeboten worden. Ueber Gut und Böse entscheidet also die Erkermtniss. Der Wille ist, genau genommen, nichts Moralisches" *).

In verband daarmede is de zonde geen erfzonde, zegt Harnack, hoewel de gedachte van de erfzonde toch wel „grundlegende Bedeutung" heeft*).

Deze heele voorstelling is dan ook overdreven en wordt grootendeels weer teruggetrokken door te wijzen op de verscheidenheid, die er inderdaad was en op de vele afwijkingen van deze definitie, die zich voordeden, en door het zeggen, dat ze deze dingen soms geheel vergaten en een bijna Augustiaansche zondeleer gaven4). De satz: „Vererbte Sünde ist ein Widerspruch in sich" is dan ook

») ib., p. 126/8.

«) fl>., p. 130.

•) fl>., 139, Zusatz.

Op de opmerking, dat het creatianisme een „Auskunft der Verlegenheit is (p. 134), gaan we nu maar niet verder in, hoewel de aanteekening niet misplaatst is, dat Harnack de zaken wel wat simplistisch voorstelt; hoe een „Auskunft der Verlegenheit" eenige eeuwen lang het denken van honderden kan beheerschen, is wel wat raadselachtig.

*) ib., p. 131 v., p. 158 v. cf. ook p. 162, noot 2, inzake Athanasius.