is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van religie en weten en bij hun tegenstanders althans nog slechts de niet consequente? u

Het eerste van de twee tegengestelde deelen, die in de Anaansche theologie gesignaleerd worden, de adoptiaansche christologie, zou wel naar Harnacks gedachte geweest zijn1). Maar de rest, de metaphysische kosmologie, waarbij God en het creatuur door een hemelsch wezen moeten worden vereenigd, waarbij de kosmologie monotheïstisch en de theologie polytheïstisch is»), verwerpt hij. Zij is een nieuwigheid, ofschoon toch ook weer oud «), Zij is door Athanasius op bijna ahe punten terecht gecritiseerd *); zij mist alle religieuze waarde en zou het Christendom van zijn meest kernachtigen inhoud hebben beroofd, - ofschoon de historische Christus beter tot zijn recht komt dat bij de tegenstanders - ware ze tot heerschappij gekomen. Noch aan het Origenisme, noch aan de orthodoxie heeft ze deel6).

De formeel gehjke grond van beide tegenovergestelde systemen is dan ook wel zéér arm en zéér formeel, en er blijft niet veel anders over dan dat ze beide zich op de Heilige Schrift beroepen en beide rehgie en „Doktrin" verbinden •). De tegenstelling is immers scherp. Voor Arius is Christus geheel mensch, voor Athanasius

geheel -God *). ...

Maar deze critiek op Arius beteekent niet, dat Harnack Athanasius in alle deelen waardeert. Hij waardeert in Alexander en Athanasius beide hun religieus interesse en blijkbaar ook, dat Athanasius geen theoloog was, maar gedwongen werd tot schrijven in den strijd ). Duidelijk komt uit, dat er een principieel verschü is tusschen het zoonschap van Christus en het kindschap (zoonschap) der geloovigen,

*) Zie Lehrbuch, II, 220. •) ib.., II, p. 220/1.

*) ib.', 5 p. 22V2- Wat Harnack bedoelt, ab bij zegt, dat Alexanders satz: God is niet zonder logos, Arius niet raakt, wordt niet duidelijk. ») fl>., IL p. 221/3. •) cf. ib., II, 219.

•1 *' II 209/10. Over den persoon van Athanasius, zijn motieven en karakter, heeft Harnack enkel lof. cf. de lofrede op p. 238/9; cf. p. 22 177/8. Hij was geen theoloog, cf. p. 24; het ging hem om de zaak; nieuw was alleen zijn daad; cf. met Luther, p. 23, Dogmengeschichte, p. 178.