is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met zijn nestra merita dei munera toch niet de verdienstehjkheid van de goede werken voorbereid heeft I*)

In zijn critiek bestrijdt Harnack nog eens de leer van de verdienste van Christus voor de rijnen. Allereerst door te wijzen op de verwarring hierin bij Thomas *). Maar vooral wordt rijn bedoeling duidehjk als hij zegt, dat Duns Scotes de ware consequentie van de satisfactieleer getrokken heeft door alles op de „acceptatio Gottes" terug te voeren, door de noodwendigheid van Gods ingrijpen hier en de oneindigheid van Christus' verdienste te bestrijden, waarbij bij eindigt in de willekeur Gods •).

Harnack heeft zoo de meeste hoofddogmata gecritiseerd en pogen terzijde te schuiven: de Schrift reeds zonder argumentatie, en verder: de Triniteit, de Christologie, de genadeleer en praedestinatie bij Augustinus, het werk en de verdienste van Christus.

Harnack voelde eigenhjk wel, dat in de dogmahistorie van de Middeleeuwen in geen geval Augustinus bleef leven, en wijdt dan ook een afzonderlijke paragraaf aan „Die Bearbeitung des Augustinismus in der Richting auf die Lehre vom Ver dienst" *). Alleen dat moest volgens hem niet noodig rijn, waar Augustinus zelf de verdienste reeds leerde, en niet mogehjk, indien men in de Middeleeuwen alles van Augustinus accepteerde.

Harnack riet den „Grundfehler" van dit streven daarin, dat men „nicht Gott selbst haben" wüde, „sondern götthche Krafte, die zu menschhehen Tugenden werden können"5). Dit is niet onjuist, maar dat is ook zuiver anti-Augustinus. Maar Harnack bedoelt hier niet zoo zeer te critiseeren, dat men de genade als een zelfstandig ding van God losmaakte, maar tevens ook de leer van de genade als gave van God. Althans deze beide haalt hij dooreen.

In de weergave en critiek van de latere Scholastiek gaat Harnack in vele oprichten juist4), evenals in die van de Maria-leer met haar Pelagiaansch karakter7).

») ib., III, 519.

") ib., III, 539/40.

») ib., III, 540 v.

4) Lehrbuch, III, 618 v.

») ib., III, 621.

•) fl>., III, 624 v, 642 v.

») fl>, III, 658 v.

30