is toegevoegd aan uw favorieten.

Adolf von Harnack, voornamelijk als dogmahistoricus

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Heden.

Omtrent Harnacks gedachten over het heden is reeds veel gezegd, vooral ook over zijn kijk op Roomsch-Katholicisme en Protestantisme 1). Nu nog slechts enkele opmerkingen.

Harnack beschouwt de Roomsche kerk als de kerk bij uitnemendheid en het Roomsche dogma als het dogma bij uitnemendheid.

Hij heeft groot bezwaar tegen de pauselijke onfeilbaarheid en tegen het heerschend karakter van de kerk; maar hij hoopt nog op een omkeer, waarbij de Paus zichzelf zal opheffen, en waarbij vele bezwaren zouden wegvallen. Want in dat alles zit, hoe stevig het lijken mag, ook een onzeker element *). Aan den anderen kant ziet hij ook den Paus steeds hooger stijgen in macht en eer tot aan de aanbidding toe *), en verwacht hij toch ook weer geen verbetering4).

De Roomsen Katholieke kerk heeft mooie dingen, al dateert ze uit de dertiende eeuw5). Zij is de kerk van de eenheid der tegendeelen, en heeft daarin zoo goed als ahe waarden van de geschiedenis van het Christendom samengevate).

Maar aan het Protestantisme daarentegen ontbreekt nog veel. Het is Luthers schuld, dat men nog steeds een ketter gescholden wordt, als men de Triniteit niet aanvaardt7). Toch is de Evangelische Kirche niet geheel valsch, maar ze heeft een dubbele taak, te zijn „Glaubens- und Gesinnungsgemeinschaft" èn „gereinigte katholische Kirche". Zoo is het nu eenmaal; ze moet volkskerk zijn én toch ook het instrument voor religieuze bezinning *).

We kunnen er wel wat van maken, mits we hebben „das schlichte Vertrauen auf die vaterhche Vorsehung Gottes, die dienende

*) Zie deel I van dit werk, p. 62 v.

*) Lehrbuch, IIL 759 v.; Dogmengeschichte, 444, is hij iets meer pessimistisch.

•) Lehrbuch, IIL 761 v.; zie de verantwoording in Pr. Jahrb., 141, p. 146 v., 1910, waar hij tegenover de recensie van Lehrbuch III in de Frankf. Zeitung de tirade over de aanbidding van den Paus half terugneemt.

4) Lehrbuch, III, 764, noot 1.

^ ü>., III, 903.

*) Erforschtes und Erlebtes, 75 v., cf. de opmerking, dat alleen de R.K. kerk de kerk zou kunnen zijn, in wier armen zich onze tijd zou kunnen werpen. 7) Lehrbuch, IIL 876/77. cf. Wesen, p. 184.

•) Lehrbuch, IIL 903 v., 905. cf. ook zijn standpunt inzake de theologische faculteiten, de verhouding tusschen staat en kerk, de kans op harmonie met Rome etc zie