is toegevoegd aan uw favorieten.

Johann van Heemskerck 1597-1656

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een der klassieken vertaalt, zoowel in de kortere verzen, die tot bepaalde personen gericht zijn, als in de langere gedichten, de bewerkingen van Ovidius. In dit opzicht is ook een tweede vertaling van Horatius van belang, nl. die van Carminorum liber II, ode 10.1) Dit vers is in den eersten druk der Mengeldichten gericht tot Jacob van der Burgh, den tweeden der Leidsche vrienden. *) Ook uit zijn jeugd en studententijd is ons weinig anders bekend dan dat hij een vriend van Van Heemskerck was en met hem de jaren van jeugdige opgewektheid te Leiden heeft gedeeld. "Wij mogen dus aannemen, dat hij in Steenschuur geen onbekende geweest zal zijn, en dat de vreugde van den haard en het openbreken van Baccherachschc vaten ook door hem moet zijn gedeeld.

JACOB VAN DER BURGH was een Leidenaar van geboorte en woonde evenals Brosterhuysen, tijdens zijn studentenjaren in huis bij zijn ouders.s) Nog in '24, '25; en '26, wanneer hij brieven en gedichten met Huygens wisselt, treffen wij hem aan te Leiden. Daarna vervult hij korten tijd een functie in dienst van een hooggeplaatst staats- en krijgsambtenaar te Utrecht, waarna hij in October 1628 werkzaam is bij Ernst Casimir, den stadhouder van Groningen en Friesland. 4) Zijn litteraire belangstelling uitte zich in hoofdzaak in bewondering voor Huygens, met wien hij, evenals Brosterhuysen alweer, en gedeeltelijk te samen met Brosterhuysen, regelmatig in correspondentie stond.

Ook hij was meermalen te gast in Muiden en beloonde Hooft voor zijn gastvrijheid door de uitgave van zijn gedichten te bezorgen.5) Zijn bewondering voor Huygens ging zóó ver, dat hij, wanhopend dezen ooit te kunnen evenaren, de Nederlandsche muze tijdelijk vaarwel gezegd heeft. Op 3 Jan. van het jaar 1626 zond hij zijn eerste Fransche verzen aan Huygens met het volgende, begeleidende briefje:

„II n'est pas necessaire que je vous proteste que ce sont icy

*) Ged. II, blz. 216 vgg.

*) Zie over hem J. van Vloten, Jacob van der Burgh, in De Dietsche Warande, Amst. 1860, blz. 211 vgg. en Bloeml. uit de Nederl. dichter* der 17e eeuw, Arnhem 1869, blz. 289.

3) De inschrijving door prof. Snellius in het album der universiteit luidt: A°. 1611, d. 19 Febr. Rectore R. Snellio: Jacobus van der Burch, Leidensis, an. XII, Stud. Philol.; habitat apud parentes.

*) Van Vloten, t.a.p. en Worp, De briefwisseling van Constantijn Huygens, dl. I, 's Grav. 1911.

B) Amst.' 1636.