is toegevoegd aan uw favorieten.

Johann van Heemskerck 1597-1656

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in een fragment uit zijn dagboek, dat ik uit het artikel van Fruin meen te mogen overnemen: *)

„Ik heb dien naam van Stephanus de Burmania J. C. mij zeiven gegeven om te latiteeren, dewijl Pasibulus Agricola Didymus voor Georgius Ratallerus Doubleth zelfs door de kinderen wel op mijn naam te ontcijferen zoude geweest zijn, maar niemand nu om ontcijfering denkt, omdat zij ingenomen zijn met het vooroordeel dat, Burmania een bekend geslacht zijnde, het geen gefingeerde maar een open naam is. En evenwel schuilt mijn naam niet onbekwamelijk onder dat deksel, dewijl Boerman is Georgius, J. C. of Jurisconsultus Raad-aller, en Stephanus Doubleth, beteekende dit laatste een lancykroontje, gelijk het stamwapen er drie, neffens drie zakmesjes altijd heeft gevoerd en nog voert."

Louter bescheidenheid was het echter niet, die Doublet een pseudoniem deed kiezen. Wanneer het hem mogelijk is, lokt hij er complimentjes van anderen mee uit. *)

Buiten zijn juridische bezigheden legde Doublet zich toe op de litteratuur. Onder het bovengenoemde pseudoniem schreef hij Mare belli Anglicani injustissime Belgis illati, Helena, 1652; in het Nederlandsen vertaald door A. V.s) Eén zijner verzen, een sonnet, komt voor in het Album amicorum van Scriverius, een ander, eveneens een sonnet, in het album van Van Heemskerck. Uit dit gedicht trok Scheltema de conclusie, dat Doublet en Van Heemskerck reisgenooten geweest zijn in Engeland, Frankrijk en Italië. Inderdaad luidt de slotregel:

Ick hoop', ick hoop op reys u med'gesel te wesen.

Hij zag echter over het hoofd, dat de eerste uitgave der gedichten van Van Heemskerck onder de Mengel-dichten een ode bevat, waaruit het tegengestelde te concludeeren valt. Het vers draagt als titel: Ode. Geschreven in het Stam-Boeck van G. R. Doublet en is vermoedelijk geschreven in 1622. George Rataller heeft Van Heemskerck om een gedicht gevraagd als afscheid. Het blijkt, dat hij in Nederland blijft, terwijl Van Heemskerck tegen de aanvankelijke afspraak in alleen afreist:

*) T. a. p. Gids blz. 387. Fruin heeft de taal eenigszins gemoderniseerd, „echter zonder zooveel te wijzigen, dat het oorspronkelijke karakter «r eteor zou worden uitgewischt." Een tweetal fragmenten bij Van Vloten, Bloeml. der Ned. prozaschrijvers enz., blz. 402 vgg.

') Fruin, t.a.p.

s) Adriaen Vlack, Nw. Ned. Biogr. Wdb. dl. II, 1503.

4