is toegevoegd aan uw favorieten.

Johann van Heemskerck 1597-1656

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontmoet; het aardigste tafereel, dat zij ooit heeft bijgewoond, is echter de verschijning van een aantal goden en godinnen, die hulde brengen aan het vermaarde Leiden. Een waardige pastorale op vaderlandschen bodem!

Aan Scheltema komt de eer toe nog een tweetal gedichten van Van Heemskerck te hebben gevonden, die in handschrift in een door hem gekochte uitgave der Minne-kunst waren ingelascht.1) Het eerste, Brief aen Cloris, komt voor in den bundel Verscheyde Nederduytsche Gedichten, 1659, blz. 24. Het tweede volgt hier om den aardigen inhoud:

AAN HET BEEKJE.

Kronkelbeekje, klaar als glas,

Dat bier kuijert door het gras, In de schaduw van de boomen —

In 't gezelschap van 't gediert,

't Geen hier rondom zingt en zwiert, Heb je Cloris niet vernomen?

Elzen bladen, groen en bleek,

Die u spiegelt in de beek, Meer bekend als groote stroomen —

Madeliefjes, wit en rood,

Boterbloempjes langs de sloot, Heb je Cloris niet vernomen?

Waar of Cloris blijven mag —

Cloris je, die met den dag, Dagelijks hier plagt te komen;

Echo, die haar altijd hoort,

Als zij mij toeroept het woord, Heb je Cloris niet vernomen?

Waarom antwoordt gij mij niet?

Wat is Cloris je geschiedt? Wie belette haar te komen? Echo: Oomen!

Clorisje zal dan uw jeugd

Van twee grijsaards zonder vreugd, Worden alk vreugd ontnomen?

Moge het gegevene volstaan om een indruk te geven van Van Heemskerck's poëtisch vermogen en de wijze waarop

*) Gesch. en Letterk. Mengelw. P. bijl. 4.