is toegevoegd aan uw favorieten.

De landrente-belasting

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgevolgd door Dr. Sollewijn Gelpke; deze bracht het onderzoek ten einde. Als vrucht van zijn arbeid verscheen van zijn hand het bekende „Gegevens voor eene nieuwe landrente-regeling, eindresumé", dat een schat van gegevens omtrent den economischen toestand van den Javaanschen landbouwer bevatte. Dit geschrift werd onmiddellijk daarna gevolgd door een tweede: „Ontwerp van eene landrente-ordonnantie", waarin een nieuw systeem voor den aanslag der landrente werd ontwikkeld, dat evenwel slechts weinigen bevredigde.

Gedurende 5 a 6 jaren had het geheele corps ambtenaren van het Binnenlandsch Bestuur medegewerkt aan de onderzoekingen onder leiding van Sollewijn Gelpke. Gronden werden opgemeten; de productiviteit werd door middel van proef snitten bepaald; men maakte ellenlange staten en résumé's vol belangrijke bijzonderheden. Alles geschiedde echter met overhaasting en contróle werd nauwelijks uitgeoefend op de betrouwbaarheid der gegevens. Ongetwijfeld vermeerderde de kennis, ook omtrent de uitgestrektheid en opbrengst van den grond. Maar al mochten hier en daar de gegevens wellicht zeer juist geweest zijn, het eindoordeel kon niet anders luiden, dan dat ze over het algemeen onbetrouwbaar waren. Toen bleek, dat het doel van het onderzoek niet veel meer was dan opdrijving der landrente, weixT door tal van bestuursambtenaren in dagbladen en tijdschriften daartegen protest aangeteekend met het gevolg, dat de Regeering in 1886 „het doodvonnis over de zaak uitsprak". Het door dr. Sollewijn Gelpke ingediende ontwerp van een nieuwe landrenteregeling mocht, welke aanbevelenswaardige beginselen ook in enkele opzichten daarin waren neergelegd, geen genade in de oogen der Regeering vinden: het was naar Haar meening niet genoegzaam voorbereid.

Thans begreep men maar al te goed, dat men door het nemen van halve maatregelen, door het zoeken en tasten in den blinde, „in de hoop van langs zijwegen en kronkelpaden in minder tijd en met minder kosten het doel te bereiken", er niet komen zou; dat er slechts één manier bestond, om in het bezit te geraken van de juiste gegevens voor de grondslagen van een nieuwe landrenteheffing en wel door opmeting der verschillende soorten bouwgronden door deskundig personeel, aanleg in voldoend aantal van proefvelden, om met de daarvan verkregen proefsnitten de gemiddelde opbrengst der akkers te bepalen en het instellen van een onderzoek naar den economischen toestand der desa's.

Middelerwijl werd bij kabinetscirculaire van 11 Maart 1886 No. 22 den residenten mededeeling gedaan, dat, de taak aan den Hoofdinspecteur Gelpke opgedragen ten einde zijde, de aan het slot der circulaire van 23 Juni 1884 No. 1 gedane uitnoodiging om in landrente-aangelegenheden steeds te rade te gaan met den Hoofdinspecteur der Cultures, vervallen was, zoodat de residenten weder vrij ziouden zijn, om wanneer verbetering