is toegevoegd aan uw favorieten.

De landrente-belasting

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kregen wordt, alle gronden van de Inlandsche bevolking op behoorlijke wijze te doen registreeren en alle overgangen geregeld bij te houden. Deze registratie van het Inlandsch grondbezit, die sedert 1920 in aansluiting met de landrenteregisters door de plaatselijke landrentekantoren wordt bijgehouden, verdient om meer dan één reden aanbeveling. In de eerste plaats kan het nuttig zijn met het oog op den belastingaanslag, om de namen der bezitters van grondstukken te weten. Daarnaast biedt een behoorlijk bijgehouden grondregistratie niet minder goede diensten in tal van gevallen, zooals bij onteigening ten algemeenen nutte, bij de behandeling van grondkwesties voor den Landraad, enz. Maar bovenal kan op de paedagogische waarde, die van een geregelde aangifte omtrent iedere rechtsverandering van het grondbezit uitgaat, niet genoeg worden gewezen, omdat zulks den Indonesiër als grondbezitter in niet geringe mate aan orde en regelmaat gewent en hem gaandeweg kan leeren het nut van rechtszekerheid van zijn grondbezit in te zien. Dat men bij de registratie op tal van moeilijkheden stuit, heeft de ondervinding geleerd. Over deze kwestie is hierboven bfj de behandeling van de „Repartitie" (blz. 66- •) reeds een en ander gezegd en kan dus gevoegelijk daarnaar worden verwezen. De landrente-adniiiitaratie kan in deze richting nog meer worden vervolmaakt en de registratie van het Inlandsch grondbezit verbeterd. Wat dit betreft, bestaat dus „mogelijkheid en zelfs zekerheid van ontwikkeling" 44) en alles moet dan ook worden voorkomen, wat een eventueele ontwikkeling zou kunnen schaden.

Na het voorgaande kan het antwoord op de vraag: Is het juist gezien, om een eventueel in te stellen Inlandsch Kadaster op den grondslag van de landrente-administratie te doen steunen? kort zijn.

Indien men aan het Inlandsch Kadaster dezelfde hooge eischen stelt ten aanzien van rechtszekerheid als aan een eigendomskadaster in een verder ontwikkelde maatschappij, dan zal dit niet moeten geschieden op den grondslag van de landrenteadministratie, omdat zulks slechts tot teleurstellende resultaten moet leiden. Overigens deelen wij de zienswijze van de heeren Meyer Ranneft en Huender, dat de metingen „in hun tegenwoordige onvolkomenheid — in aansluiting met de registratie

een waardevol „kadaster" vormen, zij het dan, dat dit nog

zeer ver verwijderd is van wat een kadaster in een verder ontwikkelde maatschappij kan zijn 4R).

»J Indisch Genootschap 1925, blz. 12. ") C. J. Hasselman, De nieuwe Landrente-regeling voor Java en Madoera, Ind. Gids 1908, I, blz 301. 3) Meyer Ranneft en Huender, Onderzoek naar den belastingdruk op de Inlandsche bevolking, blz. 181. l) De landrentebeschouwingen van den heer J. H. Nieuwenhuys nader besproken, Ind. Gids 1909, II, blz. 1164. *) Als allen compleet opkomen, gebeurt het wel, dat ruim 100 personen met den mantri medegaan. De een draagt een hamer, een tweede een pak bamboe-staakjes, een derde een lange bamboestaak,