is toegevoegd aan uw favorieten.

De landrente-belasting

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bawon is, naar we zagen, een verhoudingsgetal, een deel van de opbrengst. Hij wordt, behalve voor de proefsnitten ten dienste van de landrente, nooit gewogen, maar door een telmaat bepaald. Hij is met andere woorden een grove maat. Het is bekend, dat de snij dsters de beste bossen uitzoeken 108).

In den drukken tijd, gedurende den grooten oogst van de Westmoessonpadi, als er groote vraag is naar snijdsters, kan de bawon zeer hoog stijgen, zelfs tot %—Vs van de opbrengst, terwijl in het begin van den oogst de bawon slechts Vie—V12 van de opbrengst bedraagt 109). Aan den anderen kant daalt de bawon bij een relatief groot aanbod van arbeidskrachten; zoo verscheen in de Nieuwe Botterdamsche Courant van* 2 September 1932 een bericht, meldende, dat ergens op Java, waar het snijlöon in normale tijden Vs—V12 bedroeg, het thans gedaald is tot V24 en „zelfs bij die minieme vergoeding waren er meer dan voldoende liefhebsters".

De verschillende bawon gedurende de verschillende oogstmaanden is, volgens Scheltema uo), echter niet alleen een kwestie van vraag en aanbod, maar hangt ook samen met de padiprijzen, die in het begin van den padioogst en in den Oostmoesson hoog zijn en laag in het volle oogstseizoen, waardoor in geld omgerekend de loonen ongeveer overeenkomen. Niet zelden blijft de ontvangen bawon een loon in natura en wordt niet in geld omgezet; de padi wordt door de oogsters mee naar huis genomen om te worden verstampt m).

Naast het bawonsysteem staat nog een andere arbeidswijze, n.1. de aanwending van loonarbeid. De kern vormt een stand van vaste knechts, inwonend bij en medelevend met de tani's. Voor hen maakt het geldloon maar een klein deel van het geheele inkomen uit. Voeding, kleeding en huisvesting worden nog overwegend in natura genoten. Uit den aard der zaak komen deze boerenknechts (boeroeh tani) alleen bij de meer welgestelde landbouwers voor. Veel belangrijker voor de arbeidsvoorziening in den Inlandschen landbouw zijn de losse koelies, die betaald worden met geld, terwijl soms ook voeding verstrekt wordt. Uit hun geldloon moeten ze dan alle uitgaven bestrijden 112).

In Jogjakarta worden sinds 1928 door den landbouwvoorlichtingsdienst cijfers verzameld betreffende de loonen in het Inlandsch landbouwbedrijf. Verschillende voorwaarden, gebruiken en afspraken zijn echter even zoovele remmende factoren voor de juiste bepaling van de geldswaarde van de betaalde loonen. Uit het zooveel mogelijk verzameld cijfermateriaal werden de volgende conclusies getrokken: de schijnbaar groote verschillen zrjn deels afhankelijk van waarnemers, deels veroorzaakt door de onvergelijkbaarheid van het materiaal, zooals zware en lichte sapies (koeien), kortere en langere werktijden, moeilijk of gemakkelijk werk; in de ondernemingsstreken schijnt het loon per werkmorgen geen invloed te ondervinden