is toegevoegd aan uw favorieten.

De landrente-belasting

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sen slechts belast naar den maatstaf van „gewone" polowidjo. Het is duidelijk, wat hiervan het gevolg is. De landrente drukt minder zwaar op die gronden, die beplant worden met meerwaardige handelsgewassen. De landrenteplichtigen dier gronden hebben dus kans gezien den op hen gelegden last te verlichten door de landrente op een andere meerwaardige cultuur dan de paditeelt „af te wentelen".

Een bevestiging van deze uitspraak meenen we in de resultaten van het steekproefonderzoek, ingesteld door de heeren Meyer Ranneft en Huender naar de percentages vanTïêtnettoinkomen per ziel betaald aan Lands-, locale en desabelastingen in geld voor elk der twaalf groepen, waarin zij de inheemsche bevolking van Java en Madoera hebben ingedeeld. Deze bevolkingsgroepen zijn: A. Landsambtenaren, B. Desabestuurders, C. Godsdienstbeambten, D. Vaste werklieden, E. Rijke bouwgrondbezitters, F. Gegoede bouwgrondbezitters, G. Minder gegoede bouwgrondbezitters, H. Deelbouwers, I. Koelies in den Inlandschen landbouw werkzaam, J. Rijke nijveren, K. Minder gegoede nijveren, L. Losse koelies 188).

Voor ons van belang zijn de groepen E, F en G. Eenige hunner conclusies nemen we hieronder over: „De lage belasting van landbouwers (groep E, F en G) in Cheribon en Kediri is een gevolg van aanplant op groote schaal van meerwaardige tweede gewassen. Ook de lage belasting van arme landbouwers (groep G) in de Preanger berust hoofdzakelijk op hetzelfde verschijnsel" 189).

*) Leerboek der Staathuishoudkunde II, 3de druk, blz. 462—463. ') P. W. A. Cort van der Linden, Leerboek der Financiën (de theorie der belastingen), 1887, blz. 384—385. *) T\a.p. blz. 452. Tot beter begrip ontwikkelt Pierson in eèn noot het volgende geval: „Iemand wil ƒ 100.000 in land beleggen en met S% % rente ls lüj tevreden. Hij koopt 40 hectaren a ƒ 2500, die hem ƒ 100 per hectare of ƒ 4000 opbrengen; de grondlasten zijn ƒ12.50 per hectare, of ƒ 500; hij houdt dus ƒ3500 of 3% % over. Nu daalt de opbrengst op de helft, terwijl de grondlasten onveranderd blijven. Zijn netto-inkomen vermindert daardoor tot ƒ1500 of 1% %. Waren de grondlasten niet onveranderd gebleven, maar ook op de helft verminderd, dan zou hij ƒ1750 gemeten, of 1% %. En ditzelfde inkomen ware zijn deel, indien er geen grondlasten bestaan hadden. Hij zou dan evenzeer van 3H fo op 1% zijn gebracht". Aan deze klemmende redeneering is, dunkt ons, weinig toe te voegen. ') Zie: Bok, De Belasting in het Ned. Parlement van 1848—1888, blz. 195 e.v.; Tasman, Afwenteling van Belastingen, blz. 57 e.v.; Bordewrjk, De Theorie der Belastingen en het Nederlandsche Belastingwezen, blz. 178 e.v. ") Deze Commissie had o.m. tot taak een onderzoek in te stellen: le. naar de mate, waarin verschillende belastingen voor en na den oorlog den landbouw treffen; 2e. naar de billijkheid van de op den landbouw drukkende belastingen; 3e. naar den in vloed, dien deze oefenen op de rentabiliteit van het bedrijf alsook op de neiging tot het aanbrengen van verbeteringen en 4e. nopens de vraag, in hoeverre de op den landbouw drukkende belastingen besparing bevorderen of tegenwerken. (Geschriften van de vereeniging voor belastingwetenschap No. 6. De Grondbelasting. Rapport van dé Commissie voor de Grondbelasting,