is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bli.

gebied van Slaven en Vrije Staten verdrong de boerderij de plantage — de geringe welvaart der niet-planters moet voornamelijk ■ verklaard worden uit de economische struktuur van het Oude Zuiden in zijn geheel — niet de slavernij, doch de plantage was er het fundamenteele feit — de slavernij was geen „vergissing" — schadelijke gevolgen voor den boer — het Oude Zuiden als geheel een arm land — het „koloniale" kenmerk der volkshuishouding — de geldbelegging in slaven: voortdurende vastvriezing van het behaalde overschot in een rechtstitel — het voordeel van den vrijen arbeid der immigranten voor het Noorden — uitblijvende economische integratie ook der oudere deelen van het Zuiden — verschil met het Noorden — het Zuiden behield een frontierachtige struktuur.

Hoofdstuk VII. De vorming der „poor whites" traditie . 205

Het probleem — beteekenis van de anti-slavernij propaganda in het Noorden en in Europa voor het ontstaan der misvatting — de voorstelling van het Zuiden als een aristocratisch land — beteekenis der verslagen van bevooroordeelde reizigers — propagandisten die zich hier op steunden gingen nog verder in hun beschouwingen — schrijvers wier boeken krachtig meegewerkt moeten hebben tot het ontstaan der meening, als bestond het Oude Zuiden slechts uit planters, slaven en gedegradeerde „poor whites", •

DEEL II.

De landelijke arme blanken in het Zuiden na den Burgeroorlog . 217

Hoofdstuk Vin. De verarming der planters, het verval van het plantagesysteem en de ontwikkeling der tegenwoordige bedrijfsverhoudingen in den katoenbouw . . 219 Groote verarming en uitputting van het Zuiden door den Burgeroorlog — de planters vooral getroffen — annuleering der staatsschulden — slavenbevrijding — schaarschte van kapitaal — dure leeningen en dalende katoenprjjzen — talrijke bankroeten van planters — gedwongen landverkoop — moeilijkheden met de geëmancipeerde negers — het grootbedrijf met loonarbeid over het geheel niet te handhaven — verkaveling der plantages in pachtbedrijven — het verdwijnen van het vroegere groot-krediet en het ontstaan der plaatselijke voorschotgevers — de hypotheek op het groeiend gewas — de nieuwe pachtvormen — het toenemend kleinbedrijf in de plantagegordels leidde niet tot een beter bodemgebruik, integendeel.

Hoofdstuk IX. Veranderingen in de overwegend blanke landstreken van het Zuiden na 1865 244

Groote misère gedurende en na den oorlog in de blanke coun-