is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

belang in het leven der arme zwarten dan in dat der arme blanken. De meest gevolgde reisroute had natuurlijk grooten invloed op wat beschreven werd. Van Washington ging men meestal over Richmond naar Norfolk en Wilmington en van daar naar Charleston. Dan reisde men hetzij via Columbia, hetzij via Savannah naar Augusta, dan dwars door Georgia en Alabama naar Montgomery, om vervolgens per stoomboot over Mobile New Orleans te bereiken. In den regel werd dan met een Mississippiboot de rivier opgevaren, naar het Noorden terug. Wie op deze wijze de hoofdverkeerswegen volgde ging voor het overgroote deel van zjjn reis door streken waar het plantagesysteem heerschte. Hoewel ook daar niet afwezig, woonde het grootste deel der blanke boeren in minder toegankelijke dis-frfeten, maar niet ieder tourist was bereid als Olmsted te paard duizenden mijlen door afgelegen streken te reizen. De arme blanken in de ph'nbosschen van de Carolina's worden daarom vrij vaak vermeld, over de bevolking van~cÊ~Boven Piedmont, Zuidelijk Georgia en Alabama, Centraal en Oostelijk Mississippi is weinig bij de reizigers te vinden.

Tracht men den stand van zaken te reconstrueeren uit deze schaarsche, territoriaal verspreide, uit verschillende tijdstippen tot ons gekomen, min of meer „toevallige" mededeelingen, dan is het gevaar groot, dat men de werkelijkheid geweld aandoet zoodra men zich verder waagt dan het aangeven van zeer algemeene lijnen. De natuur van het materiaal laat niet zelden verschillende interpretaties toe, en de publicaties waarin de gegevens gevonden werden zijn ook in de Vereenigde Staten niet altijd gemakkelijk te krijgen. Wij hebben om deze beide redenen gemeend niet te moeten aarzelen om vooral in het historische deel van deze studie in den tekst of in noten uitvoeriger te citeeren dan anders gewenscht ware geweest; enkele malen zijn de gegevens in extenso letterlijk weergegeven om aldus voor zichzelf te spreken. Dat de hier geboden reconstructie van toestanden, en dat onze meening over de krachten die vorm gevend en weer veranderend werkzaam waren, nooit geheel op deze of eenig andere wijze verantwoord kunnen worden, spreekt vanzelf. De opvatting van de beteekenis der gegevens is natuurlijk afhankelijk van het algemeene beeld dat men zich van het Oude Zuiden heeft gevormd op grond van de studie van secundaire werken en de inlichtingen van thans nog levende oude lieden, die, uit eigen herinnering of door wat zij van hun ouders hoorden, nog heel wat weten mede te deelen over „before the War." Enkele herhalingen zijn verder, ook in het tweede deel, door