is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeding, beschaving, bezit en het uitoefenen van een leidersfunctie veroorzaken en z«n overigens zeer overschat. Hun bloed was hetzelfde als dat der boeren — schier zonder uitzondering waren zn' uit deze klasse ontstaan.

Er zynweinig gegevens over de phvsieke gesteldheid van deze klasse te vinden. Al hadden ook zy naar alle waarschijnlijkheid wel van de Zuidelijke ziekten te lijden, en al kwamen verschillende kwalen onder hen veel voor, toch was hun habitus volkomen verschillend van die der poor whites. Ajs_ regel waren zjj gezond en krachtig na). Zij vormden het erkend goede soldatëï materiaal der Zuidelijke legers, al bleek het in den aanvang wel vaak moeilijk hen te disciplineeren n»).

De leden der hier besproken klasse kwamen soms meer, soms minder met negersjn aanraking. Sommigen zagen hen zelden, anderen bezaten hen zelf of zagen hen op de boerderijen of plantages van hun buren. Wy' bespraken de verhouding tusschen den boer en zü'n slaven, die min of meer als leden van zyn gezin golden, maar dit wil niet zeggen dat de blanke landlieden over het geheel op goeden voet met den neger stonden. Hun gevoelens jegens het zwarte ras waren van niet veel vriendelijker aard dan die der poor whites, en eenzelfde verklaring moet daarvoor gegeven worden. Ook hier vinden wjj vooral een scherp antagonisme tusschen de arme boeren en de slaven der groote plantages. Een boer voelde zich in hun tegenwoordigheid nooit geheel jèkffl. Wat de rijken over dit gedrag van hun slaven dachten is niet uit te maken, maar Wellicht liet het hun vrjj onverschillig. Pollard, een Zuidelijk schrijver uit dien tijd, ergerde er zich aan. „My blood boils when I recall how often I have seen some poor „cracker", dressed in striped cotton, and going through the streets of some of our Southern towns, gazing at the shopwindows with scared curiosity, made sport of by*the sleek, dandified negroes who lounge on the streets, never uömindful, however, to touch their hats to the „gem'men" who are „stiff in their heels", (i. e. have money); ..." 120).

Dat een boer zijn eigen slaven goed behandelde en tot op zekere hoogte familiaar met hen was, en_toch het negerras in zijn geheel haatte, is evenmin onvereenigbaar als in het tegenwoordige Zuiden de hostiliteit van den armen blanke tegen den neger met zyn vriendelijke gevoelens jegens een zwarten man dien hij persoonlijk kent. Men bedenke verder steeds, dat slechts een gering percentage der boeren zelf slaven bezat. In het hoogere heuvelland hadden de „hill folks" weinig te maken met

6