is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bergdistrikten naar de lagere landen vervoerden. De ,,tobaccorollers" der Zuid Atlantische Staten maakten minder verre tochten, brachten slechts de okshoofden uit het heuvelland naar de marktplaatsen aan de fall line, maar de veedrijvers die de varkens, runderen en muildieren uit Tennessee, Kentucky en het Noordwesten naar de plantagedistrikten dreven, moeten het grootste deel van hun leven en route doorgebracht hebben. Soms verzorgden die ook het transport van tarwe, maïs en haver, waarvan de „lower South" voor eigen behoefte niet voldoende voortbracht. Op het einde der periode veroorzaakten de enkele spoorlijnen die de Zuidelijke havens met de Middle West verbonden, in dit alles wel groote veranderingen.

Deze lieden waren de regelmatige klanten van hen die een herberg hielden. Uit den aard der zaak maken de bronnen voortdurend gewag van die gelegenheden. Erg goed waren zij niet, en de reiziger deed beter introductiebrieven voor groote planters mee te nemen en van hun gastvrijheid gebruik te maken. In die herbergen kon men dan ook soms de laag in achting staande slavenhandelaars aantreffen, die langs verschillende wegen hun koopwaar uit de Grens Staten Zuidwaarts brachten; de paardenhandelaars en jockey's, de beroepsspelers, de „bully's" en „rowdies", de desperado's van velerlei oorsprong, die zich vooral ook op de rivierstoomers en in het rumoerige Zuidwesten kenbaar maakten.

* * *

Tusschen de groote massa van het gewone volk en de rijke aristocraten was in het Zuiden een middenstand niet afwezig. Dat ware ook wel vreemd en onbegrijpelijk geweest. Verweg het grootste aantal van hen die meer dan tien slaven hielden, hadden er toch niet meer dan enkele dozijnen. Dit was de zeer belangrijke klasse van kleine planters^Jie in het traditioneele beeld haast evenzeer verwaarloosd worden als de boeren. Hoewel hun slaven toch een groote waarde vertegenwoordigden, leefden zij heel sober, dikwijls niet beter, of zelfs slechter dan boeren met minder negers. Zij plantten zooveel mogelijk katoen, trachtten daarnaast het voedsel voor zichzelf en de slaven van de plantage te verkrijgen, hoopten hun bezit aan land en negers steeds verder te kunnen uitbreiden en op die wijze economisch en sociaal te stijgen. Het waren meestal eenvoudige lieden van geringe beschaving, hun opvoeding was niet al te best geweest, hun leven was vrij armelijk, op de patricische groot-planters geleken zü heel weinig en zij hadden sociaal weinig met hen te