is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te doen zn'n. „Planter" was geen titel die door de daartoe gerechtigden hoogmoedig werd onderstreept. In De Bow's Review, in Ruffin's geschriften, in andere publicaties uit en voor hun kring, wordt „farmer" dikwijls genoeg gebruikt, om een ieder aan te duiden die in den landbouw zijn bestaan vond. Wie door arbeid met eigen handen tot rijkdom was gekomen, minachtte zjjn armen buur die nog in het veld werkte daarom niet, al voelde hjj zich ook niet diens gelijke. De arbeidzame man was respektabel, slechts voor het slonzige en zorgelooze „poor white trash" voelden planters zoo goed als boeren minachting. De planters waren als geheel zeker geen „leisured class", zelfs de rijkere moesten goed en voortdurend op hun zaken passen. De hooger beschaafden en welgestelden waren geen stedelingen, maar leefden en werkten op het land. De zoo algemeene en onderscheidslooze laatdunkendheid jegens den onaanzienljjken landbewoner die men in een meer geürbaniseerd land kan vinden, kon zoo niet opkomen36). Klassedracht was op het Zuidelijk platteland als in overig Amerika van den aanvang af onbekend. Een Engelsohman, die bij het begin van den Burgeroorlog de Zuidelijke Staten bereisde, viel het op, dat daar geen „peasantry" was. „Men dress after the same type, differing only in finer or

coarser material; , en wat verder: „the mean white affects

the style of the large proprietor of slaves or capital as closely

as he can; he reads his papers and takes his drink with the

same air, — takes up as much room, and speaks a good deal in the same fashion" 37).

De gemiddelde kleine planter leefde niet zoo anders dan zijn slavenlooze buur, al hadden zjj een verschillenden socialen rang38). Hun huizen waren volgens een zelfde plan gebouwd, hun voedsel verschilde weinig. Zjj gingen gelijkelijk op in de extase van het ..camp" der Methodisten, de „protracted meeting" der Baptisten, werden door den prediker „bekeerd", en getuigden ervan door hun uitroepen. De kleinere, en sommigen der grootere planters wedden, vloekten en dronken als hun sociaal minderen. Een trotsche planter mocht zich zjjn maatschappelijk aanzien zeer bewust zjjn, als haast alle leden van zjjn klasse zich gaarne een afstammeling achten van de Engelsche Cavaliers, — wie bij de verkiezingen de stemmen van zijn arme buren wenschte, moest zich bij gelegenheid weten te encanailleeren, mocht geen aanstoot geven, behoorde de algemeene mentaliteit en vooral de vooroordeelen der arme blanken te kennen en te eerbiedigen, zooal niet te exploiteeren. Bij het gerechtsgebouw, de kerk en de paardenrennen ging hjj