is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als een der redenen waarom in het Zuiden de hyperenergie van den Amerikaan het geringst ontwikkeld is, maar men bedenke dan tevens, dat juist in dit opzicht het verschil tusschen het Oude en het Nieuwe Zuiden doet zien, hoe bh' gelijkblijvende klimaatsomstandigheden toch dat, wat men er uit zou willen verklaren, kan veranderen. Het moet zonder meer duidelijk zijn, dat voor de speciale problemen waarmee wij ons bezig houden, de direkté klimaatshypothese weinig of niets te bieden heeft.

De concurrentie van slaven- en vrijen arbeid. De slaaf was het volledig eigendom van zijn meester, voor wien hn' gedwongen werk verrichtte, waarvoor geen vergoeding werd gegeven. De blanke handwerker en arbeider vroeg voor hetzelfde werk een loon. Het land van den planter werd bebouwd door slaven, voor wier arbeid hun door hun werkgever niets werd betaald; de slavenlooze boer moest met den arbeid van zichzelf en zijn gezinsleden daartegen concurreeren in zijn pogen om goed land te verwerven en te behouden. Van verschillende zjj den is op deze, naar men meende voor den kapitaalloozen blanke fatale, concurrentie gewezen, als de groote oorzaak van den ongunstigen toestand der niet-slavenhouders van het Oude Zuiden, over wier leven zulke scheeve voorstellingen bestonden en bestaan.

Een Noordelijk publicist, die de bjj Noordelijken uit die jaren gangbare opvatting had van de ellende der Zuidelijke nietslavenhouders als groep, schreef in een pamflet:

„The difficulty in the case is invincible. The property-holders of the South own a vigorous and serviceable body of black laborers, who can be fed for $ 20 per annum, and clothed for $ 10 per annum; who can be kept industrious and preserved from debilitating vices by coersion, by no means inapt in the simpler arts, naturally docile, and, under any tolerable treatment, „fat and sleek"; such is the terrible, the overwhelming, the irresistible competition, to which the non-property-holding three quarters of the whites at the South are subjected, when they come into the market with their labor" 8°).

Een Duitsch emigrant, op wiens naam een uitvoerig maar uiterst partijdig boek over de Amerikaansche slavernij staat, doelde op hetzelfde, toen hij schreef: „Wenn der Sklavenhalter.... Arbeit für 300 Dollars jahrlich von seinem Sklaven, dem er dafür gar keinen Lohn bezahlt, erhalten kann, wird es uns dann noch wundren, dass der freie weisse Lohnarbeiter da, wo es Sklaven gibt, „arm, erniedrigt, halb verhungert, halb nackt und unwissend" ist? das er „eine Existenz hin schleppt, die nur eine Stufe über der des Wilden im Walde steht" ?" 9) In veel later tijd kan men nog opmerkingen tegen komen over