is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtig, dit maakte de bebouwing van aaneensluitende velden niet goed mogelijk, wat in het grootbedrijf te veel tijdverlies veroorzaakte door het gaan naar en komen van het werk, de kosten van het toezicht verhoogde en de effektiviteit ervan verlaagde. De golvende bodem erodeert er gemakkelijk, de vruchtbaarheid vermindert er snel, waardoor steeds nieuw land van bosch gezuiverd moest worden. Het belangrijkst echter was het gebrek aan transportfaciliteiten; waar de kosten van het vervoer te groot werden, was echte stapelproduktie onmogelijk. Tien mjjl van een bevaarbaar water werd in het Oude Zuiden weinig katoen verbouwd. Door verkeersverbetering en op geschikte plaatsen ontstonden ook hier wel plantages, maar voor het gebied als geheel bleven dit uitzonderingen. Boeren en kleine planters hielden zich hier staande, algemeene bedrijfsvergrooting trad niet op. Bij gewassen als tarwe en haver was produktie op groote schaal niet mogelijk, niét slechts doordat er geen verzekerde afzet voor bestond, het warm-vochtige klimaat van het Zuiden er slecht voor geschikt is, maar omdat de arbeidsbehoefte te ongelijk over het jaar verdeeld is; slechts op twee tijdstippen is die groot, in de andere maanden zjjn in de boerderijhuishouding velerlei werkzaamheden te verrichten, waarbu' zekere eischen gesteld worden aan de veelzijdige bekwaamheid en de betrouwbaarheid van den arbeider. Als deze hierin tekort schiet, kan dit door geen dwanguitoefening van den ondernemer voldoende verholpen worden. Het plantagesysteem met zijn ruw arbeidstype had daar geen levensvatbaarheid.

Op de verarmde tabakslanden van Virginia en Maryland gingen de planters tegen het einde der periode noodgedwongen tót een gemengd bedrijf over en gebruikten daar slaven in, doch dit was slechts een toegeven aan dwingende omstandigheden. Bepaald goed bruikbaar was een groote slavenschaar slechts in de straf georganiseerde, op een enkel stapelprodukt ingerichte plantage. De aandacht van den katoenplanter was op zjjn geldgewas geconcentreerd, daarnaast zorgde hij, dat de plantage zoo veel mogelijk genoeg maïs en varkens, en wellicht nog een en ander, leverde om een betrekkelijke autarkie te verzekeren, welke de plantagegordels als geheel echter nooit volkomen bereikten. Ofschoon het waar is, dat behalve muildieren als werkvee, ook heel wat runderen, varkens en schapen op de groote meerderheid der plantages gehouden werden. Geen enkel ander gewas dan katoen — in de Grens Staten tabak — gaf een zoo groote opbrengst per acre, de dure slaven wenschte men zoo veel