is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebied meestal tusschen de zeven honderd en twaalf honderd dollar. Wü gelooven, dat dit veel van het opvallend agressieve karakter der plantages verklaart, daar bij zulk een verhouding tusschen de elementen van den katoenkostprijs de grootere waarde die de boer door zjjn arbeid aan zijn land kon geven, als rem op de uitzetting van het naburige grootbedrijf veel minder in aanmerking komt. Waar de grondprijs van onder> geschikt belang is, kon het den grootondernemer niet moeilijk vallen zjjn kleinen concurrent voor diens land betrekkelijk veel

^te bieden. Genoeg om deze te verleiden om heen te gaan en met dit geld verder Westwaarts opnieuw te beginnen. Dat niet de grond, maar de arbeid het meest in aanmerking kwam als produktiefaktor, blijkt b.v. uit de artikelen in landbouwtijdI schriften uit het Oude Zuiden. De produktiviteit van een plantage, de bekwaamheid van de bedrijfsleiding, werden gemeten naar den katoenoogst per „hand", niet, zooals nu steeds, per

I' acre. Dit laatste kriterium gebruikte men toen blijkbaar slechts als de bodemvruchtbaarheid besproken werd. De reputatie van een „overseer" berustte op het aantal balen, dat hij per slaaf wist te „maken". Een stijgende marktprijs van de katoen kwam niet in de eerste plaats in stijgende grondwaarden, maar in snel omhoog gaande slavenprjjzen tot uiting.

Door den grooteren omvang van zjjn bedrjjf alleen reeds was in gunstiger tijden het absolute jaarhjksche surplus van den planter zóóveel grooter, dat hn' met een iets geringer financieel rendement per gekochte acre genoegen kon nemen, de groote schaal van zü'n werkzaamheden woog tegen dit geringe nadeel

II op, terwijl uitbreiding van zijn slavenbezit in elk geval tot landf || aankoop dwong. Men krijgt den indruk, dat land als kapitaalsbelegging van slechts secundair belang werd beschouwd, dat het in den katoenbouw meer een deel der loopende uitgaven was, iets dat men gebruikte en verbruikte. De planters pleegden in

• den regel roofbouw, aan landverbetering deden zij weinig. Bjj grondaanschaffing werd niet slechts gekocht wat men in kuituur wilde brengen; de bedoeling was, een gedeelte ervan te bebouwen tot het te zeer in vruchtbaarheid verminderde en dan een ander stuk in gebruik te nemen. „To turn out" werd dit voor goed, of althans voor zeer langen tjjd liggen laten van uitgeput land genoemd. De census laat zien hoe hoog het percentage „unimproved land" in de Zuidelijk Staten was, hooger dan in de Noordelijke van gelijken ouderdom 36). Men heeft die snelle bodemuitputting als een der nadeelen van slavenarbeid aangemerkt. Grootendeels ten onrechte. Het is niet in te zien,