is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze verplaatsing slechts gedeeltelijk die der personen. Vooral door de prijsfluctuaties van de katoen werd nu deze scheiding versneld. Als de markt opliep en eenigen tijd hoog bleef, ging het boeren en planters goed, de door hen gemaakte verdiensten waren evenredig met den omvang van hun ondernemingen. Leden van beide groepen wenschten in zulk een tijd de schaal van hun bedrijf te vergrooten. Maar bij de planters was het behaalde overschot dat belegging eischte het grootst, zij konden zich de tevens gestegen slavenprüzen beter veroorloven. Den boeren werden hooge aanbiedingen voor hun land gedaan, zij I hadden dit niet lang gelegen voor weinig geld verworven, de f verleiding was voor velen te sterk om te weerstaan, zn' accepteerden, „sold out" en gingen Westwaarts de katoenteelt op goedkoop land opnieuw beginnen, om niet onmogelijk na zekeren tijd daar zelf planter te worden. Een snelle val in den katoenprijs trof planters en boeren naar verhouding gelijk,, en de eersten ledenTiierdoor een grooter totaalverlies. Ziflïadden echter, hoofdzakelijk door hun slavenbezit, krediet, wat hen over den moeilijken tijd heen hielp, terwijl hun kleine buren, *^ met minder weerstand, in het gedrang kwamen en hun gehëêTe bezit misschien moesten opgeven. Krediet speelde in den ge- 1 heelen Zuidelijken uitvoerlandbouw een groote rol, er is wel gezegd dat het Noordelijk kapitaal deze via Zuidelijke commissionairs, faktoors en enkele leveranciers voor het grootste deel < financierde. In zulk een geval, in het bn'zonder als de prijs- ] depressie eenigen tijd duurde, waren de boeren geneigd de stapelproduktie op te geven. Zjihadden de keus, de planters niet. Het arbeidssysteem en de bedrijfsorganisatie der plantages beperkten dezen tot de voortbrenging van het handelsgewas. Maar voor het gemengde boerenbedrijf waarin de zelfvoeding van het gezin de hoofdbedoeling is, was goed katoenland niet noodig. \ een afgelegen vallei was even goed. De voor de hand liggende gedragslijn was, het bezit aan een naburigen planter te ver- \ koopen,en te verhuizen naar goedkooper, zn' het niet noodzake^"/ lijk onvruchtbaarder grond, die door den planter niet werd be- ! geerd, b.v. in de Boven Piedmont.

Bestond eenerzijds een uitzettingsneiging bij het grootbedrijf, 11 anderzijds onmoette dit weinig weerstand. De boeren stonden in vruchtbare en goed toegankelijke gebieden onder een voortdurenden druk, maar dat zoo weinigen dien weerstonden moet zoo goed verklaard worden uit wat hun, als uit wat den planters eigen was. Opnieuw moeten wij erop wijzen, dat de ontwikkeling van The Cotton Kingdom in het ante bellum Zuiden in de Weste-