is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in 1841 op het groote verschil dat de mogelijkheid van exportlandbouw voor het arbeidsprobleem van een koloniaal gebied maakt 4»). De noodzakelijkheid van slavernij voor de ontwikkeling van het agrarisch grootbedrijf in een land met vrijen grond, werd in dienzelfden tn'd reeds door Wakefield onderstreept, later door Lange en Loria in hun economische theorieën opgenomen en door Nieboer als een der vormen waarin „open resources" zich kunnen voordoen, voor lagere kultuurvormen bewezen. Niet de slavernij, maar de plantage moet o. i het grondverschjjnsel L in de Zuidelijke economische geschiedenis genoemd worden. Het eerste was een stel wetten en voorschriften om het tweede mogelijk te maken. In de ontwikkeling van het laatste was het eerste slechts incidenteel, was er een andere arbeidsbron geweest, men had er gaarne gebruik van gemaakt, en overeenkomstige sociale en economische vormen waren ontstaan. In'de zeventiende eeuw werden in hoofdzaak blanke „redemptioners" I i door de Virginische tabaksplanters gebruikt, na 1865 zijn / plantages met vrijen arbeid blijven bestaan.

Wie opmerkt, dat de gemaakte onderscheiding weinig zin heeft omdat het eerste het andere mogelijk deed zjjn, de landbouw toch slechts door de negerslavernij in het Zuiden een kapitalistisch kenmerk kon krijgen, heeft in zekeren zin gelijk; maar voor de helderheid der voorstelling lijkt ons het boven opgemerkte gewenscht. In de jaren dat het Zuidelijk plantagestelsel zijn groote uitbreiding kreeg, was andere arbeid dan die van onvrije negers niet in voldoende mate te krijgen, in elk geval zagen de planters er niet naar uit en rekenden slechts op slaven. Een der oorzaken hiervan was het schuwen van het I Zuiden door de immigranten omdat negers daar in zoo grooten getale aanwezig waren, een eigenaardige terugwerking dus. Op het einde der vóóroorlogsche ontwikkeling was zoo goed als alle ' beschikbaar katoenland bezet, met uitzondering van een gebied in het uiterste Westen, dat na den Burgeroorlog door in hoofdzaak blanke kolonisten opgevuld zou worden.

Het is interessant zich af te vragen, wat met de Amerikaansche slavernij gebeurd zou zyn als de Burgeroorlog niet tusschenbeide gekomen was, onder slavernij verhoudingen het geheele gebied bezet was geworden, maar deze speculaties kunnen hier geen plaats vinden. Is onze op vorige bladzijden weergegeven zienswijze juist, dan is het niet in de eerste plaats de zwarte dwangarbeid, maar het daardoor mogelijk gemaakte agrarisch grootbedrijf geweest, dat voor het ontstaan van een krachtigen blanken boerenstand in de meer begeerlijke gebieden