is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vslechts bruikbaar voor traag gewoonteWerk in plantageverband, en wier aanwezigheid ook overigens weinig tot de verheffing der gemeenschap kon bijdragen. Wh' hebben boven beredeneerd, dat de Zuidelijke werkgevers hun arbeid waarlijk niet goedkooper kregen dan de Noordelijke. De dwang van het bestaande maakte een voortgaan op den ingeslagen weg noodzakelijk, de planters waren in de macht der omstandigheden. De negerslaven hadden hun marktwaarde, het was gemakkelijk te berekenen hoe rijk vele planters waren; of dit bezit ook voor de eigenaars in den grond slechts een fiktieve rijkdom beteekende, of althans toch een veel geringer werkelijke waarde bezat dan inventariseering naar de bestaande prijzen aangaf, willen wü hier niet bespreken. Het moet echter duidelijk zijn, dat uit een volkshuishoudkundig oogpunt deze zwarte werkers hun markt-

>■ prijs niet waard waren, want ook zonder slavernij zou hun arbeidskracht bestaan hebben. Hoe imaginair uit algemeen oogpunt dit bezit als faktor in de volkshuishouding was, bleek in 1865, toen al dit belegde kapitaal door een wetsbepaling verloren werd. Hiertegen kan aangevoerd worden, dat de arbeid der negers onder vrije verhoudingen, vooral bjj den bestaanden landovervloed, minder produktief zou zijn geweest, omdat zjj dan allicht minder hard gewerkt zouden hebben en misschien niet door de leiding van meer bekwamen in efficiënte grootbedrijven hadden kunnen worden samengevat. Dit moet worden toegegeven, maar desondanks achten wjj den prijs die betaald werd voor het recht den arbeider te mogen bezitten, yeel te hoog en het geheele systeem, hoewel een snelle oppervlakkige exploitatie van het geweldige Zuidelijk gebied er door mogelijk was gemaakt, pernicieus voor de verdere ontwikkeling van elk bepaald distrikt waarin het zich had gevestigd.

Slaven werden gekocht, maar iemand anders moest dan verkoopen. Daar, waar overwegend aanschaffing plaats had; vloeiden groote sommen weg, waar hoofdzakelijk geleverd werd, kwam geld binnen. Vóór de overzeesche slaveninvoer was afgeschaft, verloor het Zuiden als geheel het jaarlijks uitgegeven aankoopbedrag aan vreemde en Noordelijke reederijen. Na 1808 werden de onvrije arbeiders in een gebied dat hen noodig had, op twee wijzen verkregen. Men voedde de ter plaatse geboren zwarte babies op tot produktieven leeftijd, wat op bepaalde kosten kwam te staan, of liet zich negers leveren uit de streken waar men reden had om verkoop verkieslijk te vinden. Dit waren het Oosten en vooral het Noordoosten der Slaven Staten. Daar werd voor dien menschenuitvoer een deel van den jaarlnk-