is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zjj economisch op een hooger plan, ging meer op het Oosten geljjken en ondervond op haar beurt den invloed van intusschen ontwikkelde jeugdige gebieden Verder Westwaartsch. Na verloop van tjjd ging zoo de economische struktuur der Noordelijke Staten met de Europeesche overeenkomen.

In het Zuiden was dit anders. Het algemeene beeld der huishouding was er in 1860 niet veel anders dan in 1820, slechts werd het toen bestaande over grooter oppervlak gevonden. De expansie was er inderdaad snel gegaan, sneller dan in het Noorden. Een blik op de tienjaarlijksche bevolkingskaarten 7o) laat dit duidelijk zien. De Mississippi werd er vroeger dan in de Vrije Staten bereikt, ten spijt van het feit dat de bevolkingstoename in het eerste gebied zoo zeer bjj die van het tweede ten achter bleef. Maar een economische verderontwikkeling der oudere Staten had niet plaats, dit werden niet de leveranciers en kooplieden voor de jongere deelen. Het Zuiden als geheel liet zich door het Noorden bedienen, een vergemakkelijking van het verkeer tusschen Oost en West werd niet als een groote behoefte gevoeld. Wel gaf het eerste ook hier voortdurend menschen aan het laatste af, maar geen immigranten vulden aan en geen uitbouw van het bedrijfsleven vergoedde dit verlies. Het verschil in bevolkingsdichtheid dat de opeenvolgende censusrapporten laten zien tusschen de verschillende statengroepen welke de volkstelling later is gaan onderscheiden, is illustratief 71).

Statengroepen . . | 1790 | 1800 I 1810 | 1820 | 1830 | 1840 | 1850 | 1860 North Atlantic

Division. . . . 12.14 j 16.26 21.51 26.88 34.20 41.72 53.23 65.37 South Atlantic

Division .... 8.64 10.66 12.48 14.28 13.57 14.61 17.42 19.97 North Central

Division. ... — 0.20 0.39 1.14 2.14 4.45 7.17 12.07 South Central

Division.... 0.63 1.94 2.30 3.97 5.93 8.69 7.06 10.68

United States . . . | 4.89 | 6 61 j 3.69 j 4.91 I 6.35 | 8.43 | 7.93 I 10.84

In de Zuid Atlantische Staten beperkte men zich zoo goed als in de Golf en Mississippi Staten tot de agrarische voortbrenging; de ontsluiting van nieuw gebied kwam aan ouder deelen daardoor niet ten goede, integendeel, door de toegevoegde concurrentie was dit slechts schadelijk. In het Noorden maakte, nadat de pionierslandbouw den maagdelijken bodem in produktiviteit had doen achteruit gaan, de intusschen opgetreden