is toegevoegd aan uw favorieten.

De landelijke arme blanken in het Zuiden der Vereenigde Staten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrijver zelf die geen slaven bezat, een poor white dus, zooals hij zichzelf ook — ten onrechte i») — noemde, zoo iemand kon het weten. Hjj sprak van sla venbaronnen en poor whites, het aantal dezer laatsten gaf hjj als vijf millioen aan. Het geheele boek betoogde, naast de achterlijkheid der Zuidelijke Staten, de politieke en economische onderdrukking van zjjn stand, het gebrek aan ontwikkeling en vooruitzichten ervan zoolang de slavernij bestond. „The liberation of five millions of „poor white trash" from the second degree of slavery and of three millioh öf miserable kidnapped negroes from the first degree, cannot be accomplished too soon" 19).

In beteekenis niet met Helper's boek te vergelijken, maar in zooverre ermee overeenkomend, dat het de aanklacht van een Zuiderling tegen het Zuiden was, is M. D. Conway's Testinionies concernihg slavery, 2nd edition, 1865 20). Dezé tot het ^ abolitionisme bekeerde en naar het Noorden vertrokken Virginiër, die beter had kunnen weten, bevestigde tijdens den Burgeroorlog opnieuw de bestaande opvattingen over de nietslavenbezitters der Geconfedereerde Staten. Een uitzondering makend voor de bergbewoners — Unionisten, „comparatively prosperous and intelligent, but noh-slaveholding" —, erkende hij in het Zuiden geen blanken middenstand. Slechts slavenhouders, slaven en poor whites leefden daar. De laatsten, „a dumb, degraded, crushed class.^, „that class which Slavery

has created by dishonouring labour and abolishing wages ",

werden door hem als toonbeelden van menschelijke ellende en vernedering beschreven, waarbij de poor whites rond Fredericksburg, Va., die hn' blijkbaar gekend had, als voorbeeld dienden 21).

Kort na het uitbreken van den burgerkrijg verscheen in Europa Friedrich Kapp's Geschichte der Sklawerei in den Verknipten Staaten von AmeriJêaT1861, dat in Duitschlanö! * geruimen tijd een veel gelezen boek over dit onderwerp is geweest. Op de fatale invloeden der slavernij voor den kapitaalloozen medeburger, de politieke onmondigheid, economischen nood en geringe capaciteiten der Zuidelijke arme blanken, die „Parias der sfldlichen Gesellschaft", werd door dezen Noordelijken politicus sterk den nadruk gelegd22). Uitspraken van vooraanstaande Zuidelijken als W. Gregg, Gouv. Hammond en J. H. Lumpkin over de in het Zuiden bestaande armoede werden door hem ter staving aangevoerd. Had hn' er zich toe bepaald uiteen te zetten, dat de Amerikaansche slavernij de tendens had de blanke maatschappij te stratificeeren, en dat de instelling ongetwijfeld voor de slavenlooze blanken hoogst nadeelig was,